Tag Archives: Press

ByAnnelies Baeten

En euh… mogen we het stuk nog eens nalezen?

Een vraag die regelmatig wordt gesteld, maar waar niet altijd goed mee wordt omgegaan. Voor alle duidelijkheid: natuurlijk mag je de vraag stellen, maar het gros van de journalisten vindt ze vervelend. Het geeft hen het gevoel dat je hen wilt controleren en ze zien het tevens als extra tijdsdruk bovenop hun al zo strakke deadlines van alledag. Soms zal het dus kunnen, soms niet. Hoe pakken we dit best aan?

Stel vooraf de vraag

Voor interviews die zich als “moeilijk” aankondigen, omwille van een onderwerp dat gevoelig ligt bijvoorbeeld, vraag je best of het stuk kan worden nagelezen voordat het gesprek effectief plaatsvindt. In functie van het antwoord – een journalist kan dit nog altijd weigeren – kan je de juiste inschatting maken en al dan niet doorgaan met het interview.
Eens een interview heeft plaatsgevonden, is het veel moeilijker om dit aan te kaarten en een revisie te verzekeren. Het is en blijft tenslotte een gunst van de journalist om zijn stuk voor publicatie na te lezen. Om die reden moet je er ook over waken dat elke suggestie of opmerking die gemaakt wordt steek houdt. Een ongelukkige uitspraak tijdens een interview? Dat is erg jammer, maar die kan je niet meer ongedaan maken. Quotes kan je nu eenmaal moeilijk wijzigen. Het is hem enkel om de feitelijke onjuistheden te doen. Wie de teneur van een artikel wil veranderen en naar zijn hand wil zetten zal sowieso bot vangen. Bovendien zal dit door de journalist kwalijk en kwetsend opgevat worden, wat de relatie niet ten goede komt. Reken dan maar niet te snel op een volgend interview…
Ben je niet akkoord met de gekozen invalshoek en vrees je reacties bij medewerkers of aandeelhouders? Dan geeft het nalezen jou wel de kans om een antwoord voor te bereiden mochten er achteraf vragen komen. Belangrijk: wanneer een journalist jou zijn stuk toevertrouwt, probeer dan ook zo snel mogelijk te reageren. Niets zo vervelend als moeten wachten op feedback.

Evenwicht

Wanneer de journalist aanvaardt om zijn artikel te laten nalezen, verbindt hij zich er per definitie wel toe rekening te houden met eventuele opmerkingen. Indien bepaalde feiten of cijfers foutief zijn weergegeven, wordt van hem dan ook verwacht dat hij dit aanpast. Ben je echt niet akkoord met het stuk of blijkt dat de journalist een bepaald aspect niet volledig heeft begrepen? Neem dan je telefoon om dit op een rustige manier met hem te bespreken en uit te klaren. Laat dit echter altijd even bezinken en ga op zoek naar een compromis en het juiste evenwicht.

Voorbereiding is alles

Plan je een interview met een journalist? Je hebt vast wel al begrepen uit het voorafgaande dat het nalezen van een stuk niet heiligmakend is. Dé belangrijkste vuistregel is en blijft voorbereiding. Bepaal vooraf goed je kernboodschappen zodat je precies weet wat je wil vertellen. Een onsamenhangend betoog is niet duidelijk en het maakt er de taak van de journalist niet makkelijker op. Wie een duidelijk verhaal in gedachten heeft, heeft ook meer kans om datzelfde verhaal te zien terugkomen in het artikel. Denk vooraf na over mogelijke moeilijke vragen en hoe je daarmee wil omgaan en bereid je voor met een rollenspel of mediatraining.

Win-win

Het belangrijkste is dat zowel jij als de journalist op het einde van de rit tevreden is met het resultaat. Want vergeet niet: een interview hoort een win-win te zijn voor beide partijen.

ByAnnelies Baeten

Et, euh… On peut le relire son article ?

S’il s’agit d’une question fréquemment posée, elle n’est cependant pas toujours traitée correctement. Soyons clair : bien sûr, vous avez le droit de la poser… mais vous devez toutefois être conscient du fait que la plupart des journalistes la trouveront dérangeante. En plus de lui donner l’impression que vous voulez le contrôler, elle peut également représenter une contrainte de temps, qui vient s’ajouter à des échéances quotidiennes déjà bien serrées.
Il sera donc parfois possible de relire, mais certainement pas toujours. Comment vous préparer ?

Posez la question en amont

Pour les interviews qui s’annoncent “difficiles”, en raison d’un sujet sensible par exemple, il est préférable de demander avant que l’interview n’ait lieu si l’article pourra être relu. En fonction de sa réponse – le journaliste peut bien entendu refuser – vous pourrez évaluer la situation et décider de procéder, ou non, à l’interview.
Une fois l’entrevue terminée, il sera beaucoup plus difficile de soulever la question, et donc de vous assurer une relecture du texte. N’oubliez pas qu’un journaliste qui vous permet de relire son article vous fait une faveur. Assurez donc vous bien que chaque suggestion ou remarque est pertinente. La personne interviewée a fait une déclaration malheureuse lors de l’entretien ? C’est bien dommage, mais vous ne pouvez plus l’effacer. Il est en effet très difficile d’apporter des modifications à une citation. Il convient de ne demander un changement qu’en cas d’informations factuelles incorrectes. Quiconque tente de changer le ton d’un article se risque à une mauvaise réputation auprès du journaliste, voire de l’ensemble de sa rédaction. De plus, cela sera perçu par l’auteur de l’article comme de la mauvaise foi et blessant, ce qui ne profitera certainement pas à votre relation avec lui. Ne comptez pas sur un nouvel entretien de sitôt….
Vous n’êtes pas d’accord avec l’approche choisie et vous craignez les réactions et questions de vos employés ou actionnaires ? Grâce à cette lecture anticipée, vous aurez l’occasion de préparer vos réponses. Attention : si un journaliste vous confie son papier, réagissez plus vite. Il n’y a rien de pire que d’avoir à attendre une réponse.  

Tout est une question d’équilibre

Si le journaliste accepte que son article soit relu avant publication, il s’engage, par définition, à tenir compte des commentaires éventuels. Si certains faits ou chiffres sont déformés, le journaliste est tenu de les adapter. Êtes-vous vraiment en désaccord avec le texte ou estimez-vous que le journaliste n’a pas compris un certain aspect ? Décrochez votre téléphone et discutez-en calmement avec lui. Prenez le temps d’échanger et cherchez ensemble un compromis et un bon équilibre entre vos deux points de vue.

Tout est dans la préparation

Vous planifiez un entretien avec un journaliste ? Vous l’aurez compris : la relecture d’un article n’est pas une solution miracle pour vous dépêtrer des situations problématiques qui pourraient découler de cette publication. Bien se préparer reste la règle d’or. Déterminez à l’avance vos messages clés afin de savoir exactement ce que vous voulez dire. Des propos manquant de cohérence ne facilitent pas la tâche du journaliste. Si vous avez une histoire claire en tête, vous avez davantage de chances de retrouver cette même histoire dans l’article. Réfléchissez à l’avance à d’éventuelles questions sensibles et à la manière dont vous les aborderiez. Préparez-vous en participant à des jeux de rôle ou en suivant un médiatraining.

Win-win

Le plus important, c’est que le journaliste, autant que vous, soyez satisfaits du résultat. Une interview devrait être un win-win pour les deux intervenants.

ByAnnelies Baeten

So umm… Could we read through the article first?

A common request, but one that isn’t always handled well. Of course you’re free to ask, but most journalists don’t like it. They experience this question as a lack of trust, as well as a threat to already tight deadlines. It may well be possible, but not necessarily. What is the best approach?

Ask beforehand

For interviews likely to be “difficult”, due to the sensitive subject matter for example, it’s best to ask if the piece may be reviewed prior to the actual interview. Depending on the answer – the journalist may refuse – you can decide whether or not to proceed with the interview.
Once an interview has taken place it will be much harder to raise the issue and ensure a review. Being allowed to review an article before publication is a courtesy, and it is up to the journalist whether or not to agree to this. You should therefore take care to only provide compelling suggestions or comments. Made a regrettable statement during an interview? It’s too bad, but those can’t be taken back. It is difficult to change quotes after the fact. The journalist only cares about the factual accuracy. Any attempt to adjust the tone of an article in your own favour is sure to fail. Moreover, the journalist will consider this both objectionable and insulting, to your detriment. Good luck being invited for future interviews…
Are you unhappy with the chosen angle and are you wary of employee or shareholder reactions? Reading the article will at least give you a chance to prepare for the aftermath. Important: if a journalist entrusts you with their work, be prompt in your response. Nothing is more annoying than having to wait for feedback.

Balance

If a journalist does decide to permit the work to be reviewed, this implicitly commits them to taking any comments on board. They can be expected to change any incorrect facts or figures. Do you have serious issues with the article or is it clear that the journalist has misunderstood something? Pick up your phone for calm, reasoned discussion and clarification. However, always give yourself some time to process things first and strive for a balanced compromise.

Preparation is king

Are you scheduling an interview with a journalist? The previous section has probably made it clear that reviews won’t solve everything. The most important rule is and remains proper preparation. Determine your core message and exactly what you wish to communicate beforehand. A rambling discourse won’t help your cause and just makes the journalist’s work harder. A clear narrative also has a much better chance of reappearing in the article. Think about how you wish to handle difficult questions and use roleplaying or media training to prepare yourself.

Win-win

The main thing is for both you and the journalist to feel satisfied with the final result. Remember: ideally, an interview should be a win for both parties.

ByWhyte

Workshop C²: De opkomst van alternatieve media in België, een steeds populairdere vorm van journalistiek

Op donderdag 25 april organiseerde Whyte Corporate Affairs de tweede C² workshop van het jaar over de ontwikkeling van alternatieve media in België. In aanwezigheid van Philippe Engels, mede-oprichter van het tijdschrift Médor en Pieter Bauwens, hoofdredacteur van de website Doorbraak.be, kregen we de gelegenheid om te debatteren over de plaats van alternatieve media in het Belgische landschap. Deze media winnende laatste jaren aan beide zijden van de taalgrens geleidelijk aan populariteit.

De huidige situatie
Volgens een onderzoek van Whyte Corporate Affairs hebben alle traditionele media tussen 2012 en 2017 een daling van het vertrouwen van hun publiek gekend, wat een belangrijke kans voor alternatieve media vormt. Ondanks deze gunstige situatie voor alternatieve media zijn er toch nog enkele uitdagingen. Om hun onafhankelijkheid te kunnen waarborgen -velen kiezen ervoor geen beroep te doen op reclame en sponsors-, vertrouwen ze louter op de loyaliteit van hun abonnees. Er bestaan enkele overheidssubsidies, maar onze gasten hebben bevestigd dat dit een gevoelig onderwerp is. Niet alleen roept de toekenning van deze subsidies vragen op over de onafhankelijkheid, het is ook moeilijk om objectieve criteria vast te stellen die duidelijk maken wanneer je er recht op hebt.

Twee visies op hetzelfde concept
Philippe Engels, mede-oprichter van Médor, een Franstalig kwartaalblad dat in 2015 werd opgericht, ziet twee redenen voor de crisis in de traditionele pers. Ten eerste, de “vloek van kortnieuws”: een groot deel van het publiek besteedt niet meer genoeg tijd aan lezen. Maar dat is niet het enige, ook de salarissen van journalisten zijn ondermaats. Philippe Engels ziet de oplossing in de Médor-formule: een driemaandelijks tijdschrift dat voor 17 euro wordt verkocht en dat journalisten de tijd en de correcte betaling geeft om de inhoud van hun artikels goed te overdenken. Met 2.600 abonnees is het magazine op de goede weg. Bovendien zijn ze reeds bezig met de volgende stap in hun businessverhaal: naast een papieren editie willen ze ook digitaal gaan publiceren op een website.
Doorbraak.be daarentegen profileert zich als een opinieplatform, dat niet noodzakelijk neutraal is, maar wel objectief blijft. De hoofdredacteur onderstreept de Vlaamse identiteit van de site in alle betekenissen van het woord. Volgens hem is een bepaald perspectief onvermijdelijk, maar de lezers zijn zich daarvan bewust. Doorbraak.be vindt zijn oorsprong in een door Wilfried Martens opgericht tijdschrift als platform voor zijn ideeën over confederalisme en maakte een overgang van papier naar digitaal. Doorbraak.be bestaat nu enkel nog online als website. Vanuit een duidelijk standpunt wordt er ruimte gelaten aan andere meningen om zich niet te beperken tot de eigen overtuigingen. Want enkel zo is debat mogelijk. Hun groei is op schema, met meer dan 17.000 bezoekers per maand, maar Doorbraak.be is niet van plan daar te stoppen. Naast de opiniesite wordt een tweede journalistieke website ontwikkeld.

De strijd gaat verder
Ondanks de verschillen tussen Médor en Doorbraak.be, zijn ze het over een aantal fundamentele punten eens. Ze zijn niet van plan om mee te surfen op de steeds snellere informatiestromen die de redacties van de traditionele media aansturen. De visie van alternatieve media is om op een andere manier met nieuws om te gaan en de tijd te nemen om dat te doen. Het duurt enkele weken of zelfs maanden om een onderzoeksartikel te schrijven, maar levert dan ook een grondige contextualisatie en verificatie van de informatie op. “We willen niet in het huidige economische model terechtkomen, waarin lezers dezelfde tekst uit hetzelfde nieuwsbericht in verschillende media vinden”, vertellen beide sprekers. Hun aanwezigheid op het internet, die noodzakelijk is om meer mensen te bereiken, mag aan deze intentie niets veranderen. De uitdaging achter dit model van “slow journalism” is om het debat levendig te houden door inhoud te delen die loodrecht op de gevestigde overtuigingen van het publiek kan staan. Alternatieve media willen komaf maken met informatie bestaande uit 280 karakters, inspelend op onze sociale achtergrond en die bovendien onze persoonlijke mening versterkt. In plaats daarvan willen ze aandacht voor reflectie buiten onze comfortzone. Om aan kwalitatieve journalistiek te doen is een betaald model noodzakelijk, dat is geen geheim. Onze gasten bevestigen dat de zogenaamd “gratis” online journalistiek zoals we die vandaag de dag kennen haar grenzen heeft bereikt.

 

ByWhyte

Workshop C²: L’essor des médias alternatifs en Belgique, une approche différente de plus en plus populaire

Ce jeudi 25 avril, c’est chez Whyte Corporate Affairs que s’est déroulé le second workshop C² de l’année sur l’essor des médias alternatifs en Belgique. En présence de Philippe Engels, cofondateur du magazine Médor et de Pieter Bauwens, rédacteur en chef du site Doorbraak.be, nous avons eu l’occasion de faire un tour d’horizon de la situation des médias alternatifs en Belgique qui, depuis quelques années, gagnent progressivement en popularité des deux côtés du pays.

La situation actuelle
Selon une étude menée par Whyte Corporate Affairs, tous les médias traditionnels ont subi une baisse de la confiance du public entre 2012 et 2017, ce qui montre donc une opportunité importante pour les médias alternatifs. Malgré cette situation avantageuse pour les médias alternatifs, certains challenges persistent. Sans pub et sans sponsors pour assurer leur indépendance, ils comptent sur la fidélité de leurs abonnés. Certains subsides publics existent, mais nos invités nous ont confirmé qu’il s’agit là d’un sujet délicat ; non seulement l’octroi de ces subsides soulève des questions d’indépendance mais la définition de critères objectifs pour en bénéficier reste également difficile.

Deux visions d’un même concept
Selon Philippe Engels, cofondateur de Médor, magazine trimestriel francophone fondé en 2015, la crise de la presse traditionnelle est bien réelle et il évoque deux raisons à cet état de fait. Premièrement, la « tyrannie du format court » : une grande partie du public ne consacre plus suffisamment de temps à la lecture. Ce n’est pas la seule chose qui diminue, les salaires des journalistes ne sont plus à niveau non plus. Philippe Engels voit la solution dans la formule de Médor : un trimestriel vendu à 17 euros permettant aux journalistes de prendre le temps nécessaire pour développer le contenu de leurs articles et d’être mieux payés pour le faire. Avec 2.600 abonnés, le magazine se porte déjà bien, et la prochaine étape est déjà envisagée sous la forme de la publication digitale sur un site internet.

Quant à Doorbraak.be, il se revendique comme un site d’opinion qui n’est pas forcément neutre mais qui reste objectif. Son rédacteur en chef assume l’identité flamande du site dans tous les sens du terme. Selon lui, une certaine perspective est inévitable mais les lecteurs en sont conscients. Doorbraak.be, qui trouve ses origines dans un magazine fondé par Wilfried Martens en tant que plateforme pour ses idées sur le confédéralisme, a vécu une période de transition du papier vers le numérique avant de devenir uniquement un site internet. Tout en gardant une ligne politique, une importance particulière est donnée à la volonté de toucher toutes les opinions et de ne pas s’enfermer sur ses propres croyances car c’est comme ça que le débat reste possible. La croissance est au rendez-vous, avec plus de 17.000 visiteurs par mois, mais Doorbraak.be ne compte pas s’arrêter là. En plus du site d’opinion, une deuxième page journalistique est en cours d’élaboration.

Le combat continue
Malgré les différences entre Médor et Doorbraak.be, ils s’accordent sur plusieurs points fondamentaux. Ils n’ont pas l’intention de surfer sur les flux d’informations de plus en plus rapides qui rythment les rédactions des médias traditionnels. La volonté des médias alternatifs est de traiter l’actualité d’une manière différente et de prendre le temps de le faire. Prendre plusieurs semaines voire mois pour l’écriture d’un article d’investigation ne pose pas de problème si cela signifie une contextualisation et une vérification approfondies de l’information. « Nous ne voulons pas entrer dans le modèle économique actuel où les lecteurs finissent par retrouver le même texte de la même dépêche dans le différents médias », nous disent-ils. Leur présence sur internet, nécessaire pour toucher plus de monde, ne devrait rien y changer. L’enjeu derrière ce modèle de « slow journalism » est d’entretenir le débat en proposant du contenu qui peut aller à l’encontre des croyances établies du public. Exit les informations en 280 caractères, issues de notre cercle social qui ne viennent que conforter nos opinions personnelles, place à la réflexion hors de notre zone de confort. Et pour faire du journalisme de qualité, il n’y a pas de secret, un modèle payant est nécessaire. Nos invités l’affirment, le journalisme « gratuit » en ligne tel que nous le connaissons aujourd’hui a atteint ses limites.

 

by Zsófia Szakony – trainee

ByMaxime Hantson

Workshop C² : Quel est l’avenir du communiqué de presse ? Les 10 trucs et astuces de Hans Vandendriessche

Salle comble pour le premier lunch C² de l’année avec des participants unanimement satisfaits. Hans Vandendriessche, rédacteur en chef de Belga, nous a préparé une présentation passionnante sur le fonctionnement de notre agence de presse nationale et a enrichi les participants de nouvelles connaissances. Il a profité du lunch CSquare, dont le thème était l’avenir du communiqué de presse, pour nous donner un aperçu afin d’améliorer la communication avec Belga. Nous vous partageons avec plaisir ces 10 conseils pratiques.

1. Ne jamais hésiter à contacter Belga

L’agence est joignable 24 heures sur 24 et 7 jours sur 7. Depuis 2014, huit journalistes sont correspondants Belga depuis Sydney. Avec le décalage horaire, ils travaillent de jour et peuvent ainsi traiter l’information de façon optimale. La plupart des informations diffusées lors des premières matinales en radio sont d’ailleurs compilées depuis l’Australie.

2. Consulter l’agenda

Huit journalistes sont en charge de l’agenda Belga, le seul calendrier rassemblant tous les événements nationaux et internationaux intéressants pour la presse belge. Consulter quotidiennement l’agenda permet dès lors d’avoir une longueur d’avance sur l’actualité. 80% des dépêches sont publiées suite à ce qui était prévu au préalable dans ce calendrier virtuel mis à jour plusieurs fois par jour.

3. Le communiqué de presse est-il mort ?

La réponse est : non ! Le communiqué de presse reste l’une des sources les plus fiables pour les journalistes. Une règle d’or est de penser à la synthétisation. Un communiqué efficace est écrit en une seule page A4, de manière structuré et vivant.

4. Eviter un communiqué de presse en anglais

Depuis quelques années, certaines entreprises ont pris l’habitude d’envoyer leurs communiqués de presse dans la langue de Shakespeare. Néanmoins, ceux-ci sont moins traités par les journalistes. C’est pourquoi il est préférable de toujours communiquer en français et en néerlandais.

5. Communiquer le dimanche ? Pourquoi pas !

Généralement, il y a moins d’actualité le dimanche et le lundi. Lors de ces journées, un communiqué de presse est plus propice à la publication par Belga, en cas de vraie nouvelle naturellement, car de nombreux médias sont à la recherche d’information. N’hésitez donc pas à envoyer votre communiqué dès le dimanche.

6. 17h, c’est déjà trop tard !

Sauf cas exceptionnel, 17h est l’ultime deadline de la journée. Après celle-ci, votre communiqué aura peu, voire aucune, répercussion. Reportez, si possible, l’envoi au lendemain matin. Attention pour le vendredi après-midi, où cette deadline est même avancée à 15h.

7. Être clair dès la première dépêche

Il est rare qu’une adaptation d’une dépêche Belga, même envoyée quelques minutes après la première, soit encore reprise par les médias. Il est donc recommandé d’être aussi clair que possible dès l’envoi de la première information.

8. La notion d’embargo

Belga travaille avec deux sortes d’embargo. Avec un embargo « classique », Belga peut déjà communiquer votre information à ses clients ; tandis qu’avec un embargo « strict », les informations ne sortiront pas des bureaux de l’agence avant la date et l’heure convenues.

9. Rester disponible

Après l’envoi d’un communiqué de presse, certains journalistes souhaitent étayer leur récit avec votre réaction ou analyse de la situation. C’est pourquoi il est important de rester disponible pour répondre aux questions. 

10. La conférence de presse classique ne peut marcher qu’en cas d’annonce importante

Terminons par un point clé : la conférence de presse. Celle-ci n’est efficace que si vous souhaitez annoncer une nouvelle importante à tous les médias en même temps ou s’il y a un aspect très visuel que vous désirez montrer.

 

ByLien Stockmans

Workshop C²: Welke toekomst voor het persbericht? 10 tips & tricks van Hans Vandendriessche

Full house voor de eerste C² lunch workshop van het jaar en unaniem tevreden deelnemers achteraf. Hans Vandendriessche, hoofdredacteur van Belga , gaf ons tijdens een boeiende uiteenzetting een blik op de werking van ons nationaal persbureau en wapende deelnemers met een heleboel nieuwe kennis. De CSquare lunch, met als thema de toekomst van het persbericht, was het uitgelezen moment om ons inzicht te geven waardoor we de communicatie met Belga kunnen verbeteren. Wij vatten dit graag samen in 10 praktische tips.

  1. Aarzel nooit om Belga te contacteren

Het agentschap is 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar. Sinds 2014 werken acht journalisten als Belga-correspondenten vanuit Sydney. Door het tijdsverschil werken zij in Australië overdag (gedurende onze nacht) en kunnen ze de informatie optimaal verwerken. Het grootste deel van de informatie die tijdens de eerste ochtend radio-uitzendingen wordt uitgezonden, is bijgevolg afkomstig uit Australië.

  1. Raadpleeg de agenda

Acht journalisten zijn verantwoordelijk voor de Belga-agenda, de enige kalender die alle nationale en internationale evenementen die van belang zijn voor de Belgische pers, samenbrengt. Door de agenda dagelijks te raadplegen, blijft u dus een stap voor op het nieuws. 80% van de Belga-berichten worden gepubliceerd naar aanleiding van wat er op de planning staat in deze virtuele kalender, die meerdere malen per dag wordt bijgewerkt.

  1. Is het persbericht afgeschreven?

Het antwoord is: nee! Het persbericht blijft een van de meest betrouwbare bronnen voor journalisten. Een gouden regel is echter om goed te synthetiseren. Een doeltreffend persbericht wordt op één A4-pagina geschreven, op een gestructureerde en levendige manier.

  1. Vermijd een Engelstalig persbericht

De laatste jaren hebben sommige bedrijven er een gewoonte van gemaakt om hun persberichten in de taal van Shakespeare te versturen. Ze worden echter minder vaak door journalisten behandeld. Daarom is het beter om altijd in het Frans en in het Nederlands te communiceren.

  1. Communiceren op zondag? Waarom niet?

Over het algemeen is er minder actualiteit op zondagen en maandagen . Op deze dagen zal uw persbericht – indien het nieuws is natuurlijk – sneller worden overgenomen door belga en vatbaarder zijn voor publicatie omdat veel media op zoek zijn naar nieuws. Aarzel dus niet om uw persbericht al op zondag te versturen.

  1. 17u is al te laat!

Behalve in uitzonderlijke gevallen, is 17 uur de laatste deadline van de dag. Daarna zal uw persbericht weinig of geen impact hebben. Stel het dus uit tot de volgende ochtend indien mogelijk. Wees wel voorzichtig op vrijdagmiddag, want op deze dag is de deadline zelfs al om 15 uur.

  1. Wees duidelijk vanaf het eerste persbericht

Het komt zelden voor dat een aanpassing aan een Belga bericht, zelfs een paar minuten na de eerste berichtgeving, nog door de media wordt overgenomen. Daarom is het aanbevolen om zo duidelijk mogelijk te zijn zodra de eerste informatie wordt verzonden.

  1. Het concept van een embargo

Belga werkt met twee soorten embargo’s. Met een “klassiek” embargo kan Belga uw informatie al doorgeven aan zijn klanten; met een “strikt” embargo zal de informatie de kantoren van het agentschap niet verlaten tot de afgesproken datum en tijd.

  1. Blijf beschikbaar

Na het versturen van een persbericht kan het zijn dat sommige journalisten hun verhaal nog willen ondersteunen met uw reactie of analyse van de situatie. Blijf dus beschikbaar om vragen te beantwoorden.

  1. Een klassieke persconferentie werkt alleen als er een belangrijke aankondiging is

Tenslotte nog een cruciaal punt: de persconferentie. Deze is alleen doeltreffend als u belangrijk nieuws aan alle media op hetzelfde moment wilt aankondigen of als er een sterk visueel aspect is dat u wilt/kan laten zien.

ByAnnelies Baeten

Getting your story published: here’s how you can make a difference.

Companies that want to communicate via the media should plan this carefully. As a former journalist myself, here are a few simple tips and guidelines that should help you get prepared.  

I. The press release is not dead yet! Use it, but use it properly. While this might sound obvious, it is often overlooked: bring news and come up with an attractive title. Journalists do not just sit around waiting for the delivery of commercial messages praising companies. They will quickly glance through their inbox and if the message you are delivering isn’t worth their attention, your press release will be shoved aside and discarded. A link with current events can also contribute to draw the attention of journalists. Don’t overdo it, but it should be eye-catching and stand out from the constant flow of press releases that journalists receive daily. 

II. Don’t beat about the bush. Get straight to the point, it works best. Lengthy press releases prompt the journalist to give up early. Limit your press release to an A4 sheet that highlights the most important information. If you wish to add extra explanation about a specific point, it is better to include them as attachment (for example in a fact sheet). 

III. Provide a few readymade quotes and pictures. Helping out journalists by providing them with pertinent material they can use will be highly appreciated, given their limited availability and their deadline pressure.   

IV. Let go. You can’t control what journalists will write, nor should you try to do so. Don’t be pushy, don’t call the journalist to see whether he/she will cover your press release or not. This might actually be counter-productive in terms of relationship building. It is not even always his/her own decision but well the editor-in-chief’s. If you want your messages to be published and treated exactly as you wish in the newspaper, no problem…just pay for; it’s called advertisement, not PR then. 

With these key considerations in mind, it’s wise to consider that if you haven’t got anything to say, you’re better off not communicating through traditional PR (earned media). You can still use owned, shared and paid media. Try to carefully select your communication moments and only come out to the press when it’s worth the effort. Your reputation and credibility are at stake. 

Keep in mind that none of the above rules of thumb offer you a 100% guarantee of getting actual press attention. You should therefore manage expectations in terms of coverage, as you’re never in control of the outcome.  

The media attention span is in a constant wave adapting to the current situation. Today’s news is tomorrow’s history and breaking news of the day is often a disrupting factor in getting journalists’ attention. Follow the news and monitor current events to determine the best timing of your own publication. Companies must adapt to the laws of media, not the other way around. Only when you play the game by the rules, you’ll get a fair chance at winning. 

ByAnnelies Baeten

Media-aandacht of niet? Zo maak je het verschil.

Wie als bedrijf wil communiceren via de media kan dit maar beter weldoordacht doen. Als ex-journaliste geef ik graag enkele eenvoudige tips en richtlijnen die je kunnen helpen bij de voorbereiding.

I. Een persbericht werkt nog steeds! Gebruik het, maar doe het op de juiste manier. Het is een huizenhoog cliché, maar het klopt: bedenk een aantrekkelijke titel. Journalisten zitten niet te wachten op commerciële boodschappen die de loftrompet van een bedrijf blazen. Als de boodschap van je persbericht er niet meteen uitspringt tijdens het scrollen door hun inbox, belandt het meer dan waarschijnlijk in de prullenmand. Houd daarbij het belangrijkste nieuws in het achterhoofd. Een link met de actualiteit kan in dat geval bijvoorbeeld de aandacht trekken. Overdrijf niet, maar zorg ervoor dat jouw persbericht wel bij de journalist in het oog springt in de dagelijkse toevloed aan persberichten.

II. Draai niet rond de pot. To the point werkt het best. Ellenlange persberichten dienen tot niets, ze zorgen er enkel voor dat de journalist wellicht vroegtijdig afhaakt. Probeer je persbericht dus te beperken tot een A4’tje waarin je de belangrijkste informatie netjes op een rij zet. Als je meer uitleg over een bepaald onderwerp wil toevoegen, dan doe je dat best in de vorm van een bijlage (bijvoorbeeld een fact sheet).

III. Zorg voor enkele pasklare quotes en fotomateriaal. Je helpt journalisten al heel wat vooruit en ze zullen je er dankbaar voor zijn gezien hun beperkte beschikbaarheid en drukke agenda’s door hun vele deadlines.

IV. Laat het los. Je kan en mag niet controleren wat journalisten zullen neerschrijven. Probeer hem of haar dus niet te ‘dicteren’ en bel de journalist in kwestie niet op om na te gaan of hij of zij met het persbericht aan de slag zal gaan. Dat is nefast voor de vertrouwensband met de journalist. Bovendien is het publiceren van een artikel zelden een beslissing van de journalist, maar eerder van de hoofdredacteur. Wil je toch jouw letterlijke kernboodschappen in de krant zien staan? Geen probleem, betaal dan advertentieruimte, maar dat heet advertising en is geen PR.

 

Met deze tips op zak, is het tijd voor de allerbelangrijkste richtlijn: wie niets te vertellen heeft, communiceert beter niet via de pers (earned media). Je kan natuurlijk je boodschap zelf verspreiden via owned, shared of paid media. Probeer je communicatiemomenten zorgvuldig uit te kiezen en kom pas naar buiten als het daadwerkelijk de moeite waard is. Jouw reputatie en geloofwaardigheid staan op het spel.

Het moet gezegd, geen enkele van bovenstaande vuistregels biedt een waterdichte garantie op daadwerkelijke persaandacht. Daarom is het belangrijk om de verwachtingen goed te managen wat persaandacht betreft, want je hebt geen controle over de effectieve coverage. .

Conclusie: de actualiteit is een vluchtig gegeven en de media zijn voortdurend in beweging. Het nieuws van vandaag is de geschiedenis van morgen en ‘breaking news’ kan een erg bepalende factor zijn in het krijgen van aandacht van journalisten. Volg de media zelf op, hou relevante topics in de gaten en bepaal zo het ideale moment voor jouw eigen communicatie. Bedrijven moeten rekening houden met de wetten van de media en niet omgekeerd. Alleen wie dat spel begrijpt, krijgt de kans om ook effectief mee te spelen.

ByWhyte

Nepnieuws : niets nieuws ?

Na de Brexit en de presidentsverkiezing van Donald Trump, is het fenomeen van nepnieuws (of “fake news”) pas echt de wereld rondgegaan. Foute of bewust leugenachtige informatie verspreiden, is als communicatietechniek het medialandschap definitief binnengedrongen. Blijkbaar kunnen feiten zonder schroom verdraaid worden en voorgesteld worden als alternatieve feiten (of “alternative facts”).

Nepnieuws bestaat vandaag in alle geuren en kleuren. Schrijvers van nepnieuws hebben niet de meest nobele bedoelingen : zij willen om één of andere reden misleiden. En ze zijn met velen. Heel wat websites en sociale media gaan bewust nepnieuws gebruiken, zij het als parodie -denk aan een website zoals “Nordpresse”- of als reclame, om consumenten aan te trekken met één onmiddellijke “klik”. Politiek wordt nepnieuws dan weer gebruikt om het eigen grote gelijk te bewijzen of een tegenstander te doen zwijgen. Facebook en Twitter zijn het forum bij uitstek van nepnieuws geworden. Lees er maar even alle commentaren en meningen op na over de mogelijke onafhankelijkheidsverklaring van Catalonië. “Quot homines, tot sententiae”.

We zien dat de traditionele media op zijn minst ongemakkelijk omgaan met nepnieuws. Feiten checken, staat plots weer hoog op het verlanglijstje van journalisten. Nu zijn er warempel aparte rubrieken in de kranten met als thema “factchecking”, iets wat vroeger als normaal werd geacht in een kwaliteitsartikel. En de nieuwe sociale media proberen hiermee vrolijk mee te doen, weliswaar wellicht om zich te vergoelijken voor het vele nepnieuws op hun kanalen. Ook zij startten onlangs campagnes waarbij ze hun lezers/gebruikers adviezen voorschotelen over hoe ze het binnenkomende nieuws kunnen nagaan op “echtheid” : andere bronnen bevragen, kritische vragen stellen, data nagaan, enzovoort. Allemaal basistechnieken die kandidaat journalisten aangeleerd krijgen tijdens hun opleiding. Overigens, volgens mediakenner en Harvard onderzoeker Greg Piechota gaan de inspanningen van onder meer Facebook om nepnieuws te herkennen en te bestrijden, niet veel helpen. Daar zijn meer drastische ingrepen voor nodig.

Zijn het Internet of nieuwe communicatietechnologieën dan de oorzaak van de veelvuldige verspreiding van nepnieuws ? Niet echt. Spelen met feiten maakt inherent deel uit van nieuws maken. Denken we maar aan de landing van de marsmannetjes, op de radio gebracht door Orson Welles in … 1938, jawel. Of de reportage “Bye Bye Belgium” over de zogezegde Vlaamse onafhankelijkheid op de RTBf. Ook “urban legends” en “broodje aap”- verhalen zijn al langer gekend. Sociale media hebben het fenomeen van nepnieuws aan een waanzinnig tempo versneld, en een veel groter bereik gegeven. Bovenal hebben sociale media de berichtvoering 24 uur op 24 opengesteld voor het grote publiek, zodat iedereen permanent zijn mening of pseudo-waarheid kan propageren alsof het de enige waarheid is. Deontologische codes voor journalisten zijn daarbij volstrekt niet aan de orde.

Iedereen journalist dan maar ? Blijkbaar wel. Voor beroepsjournalisten is dit niet eenvoudig om mee om te gaan. Ook zij hebben zich aangepast aan de realiteit van sociale media, maar zien zich daar plots geconfronteerd met “miljoenen” nieuwe zelfverklaarde journalisten uit de hele wereld. Volgens recent internationaal onderzoek is de geloofwaardigheid van traditionele media bij het grote publiek gedaald tot 43%, met nogal wat verschillen van land tot land (in Turkije is dat amper 25%). Met andere woorden : minder dan de helft van de lezers gelooft de journalist van zijn eigen krant of weekblad nog…

Nepnieuws is niet enkel een bedreiging voor het journalistenberoep, maar voor heel de maatschappij. Mensen vormen zich een mening door wat zij lezen, en hebben het moeilijk om onderscheid te maken tussen echt nieuws en nepnieuws, tussen een mening en een feit. Burgers die foutief geïnformeerd worden of om de tuin geleid worden door de media, gaan anders reageren, anders stemmen, andere meningen verkondigen en zelfs anders kopen. Want ook de bedrijven schuwen nepnieuws niet om hun goederen en diensten te verkopen. Het bedrijf achter Carambar, het bekende Franse snoepje, lanceerde een ongeloofelijke “buzz” met de melding dat er voortaan geen (flauwe) grapjes meer zouden staan op de rug van de verpakking. Dit leidde onder meer tot een petitie op sociale media om de grapjes te redden en te behouden. Eigenlijk ging het om een publiciteitsstunt om de verkoop van Carambars aan te zwengelen. De meeste mensen waren er niets vermoedend ingetuind. Door het bos van berichten ziet het grote publiek de bomen van de feiten niet meer. Dat is ondertussen wel heel duidelijk geworden.

Bedrijven, politici, journalisten, bloggers, uitgevers en schrijvers allerhande doen er dus goed aan om zich voortdurend vragen te stellen bij nepnieuws. Nepnieuws begint bij hen, en er mag van het grote publiek niet verwacht worden dat het alle berichtgeving scrupuleus nagaat op werkelijkheid. Dat zou een te makkelijk excuus zijn. “De waarheid en niets dan de waarheid” : dat zweren we nog altijd voor de rechtbank. Dat mag in de communicatiestiel zeker ook zo zijn. En God moet daarbij niet eens helpen…

Kris Poté en Emmanuel Goedseels zijn co-voorzitters van C², de Belgische vereniging van communicatiedeskundigen

 

12