Tag Archives: Lobbying

ByAmédée de Radzitzky

De verkiezingen: wat nu?

In de nasleep van de verkiezingen is het wellicht nog nooit zo moeilijk geweest om de samenstelling van de volgende federale regering te voorspellen. Op regionaal (en gemeenschaps)vlak is de situatie iets duidelijker maar ook hier is er geen zekerheid. De context waarin organisaties moeten opereren blijft alleszins vaag en onbeslist. Onder deze omstandigheden is het dan ook moeilijk om een dialoog met beleidsmakers voor te bereiden en aan te gaan. Toch kan men zich nu al prima voorbereiden op de discussies over het regeerakkoord.

In deze fase moeten we het onderscheid maken tussen het regionaal en het federaal niveau, zelfs al is de formatieprocedure niet fundamenteel verschillend.

Gezien de relatief duidelijke resultaten op regionaal vlak zullen de consultaties er meteen van start kunnen gaan en kunnen de gesprekken redelijk snel tot nieuwe regeringen leiden. Het is a priori de grootste partij die daarbij het initiatief neemt om de onderhandelingen op te starten. Zo hebben N-VA en PS al het initiatief genomen om de eerste consultaties te starten voor respectievelijk de vorming van een Vlaamse, Waalse en Brusselse regering.

Op federaal niveau is er een grotere procedurele omkadering. De Koning zal de partijvoorzitters formeel consulteren, waarna hij een “informateur” zal aanstellen. Die laatste moet proberen raakpunten te zoeken tussen de verschillende politieke partijen vooraleer de onderhandelingen kunnen worden opgestart door de “formateur”.

Eens de onderhandelingen zijn begonnen, of het nu op federaal niveau of op een ander niveau is, blijft de procedure hetzelfde. Er is geen formeel kader, maar de regeringsonderhandelingen volgen doorgaans hetzelfde patroon. De partijen hebben zich hier dan ook van tevoren op voorbereid. Het is dus in het belang van bedrijven en andere belanghebbenden om hetzelfde te doen. Hiervoor is een grondig begrip van wat er gebeurt binnen de muren van het Kasteel Hertoginnendal voor de federale onderhandelingen, of rond eender welke andere onderhandelingstafel, cruciaal.

Ten eerste is het belangrijk te weten dat de regeerakkoorden mettertijd steeds omvangrijker zijn geworden. Vandaag de dag omvatten die akkoorden al snel honderden pagina’s. De afspraken binnen die akkoorden worden ook steeds gedetailleerder zodat het kader waarbinnen de toekomstige regering zal opereren zo duidelijk mogelijk is. Op die manier proberen de partijen elk misverstand, en dus elke crisis, tijdens de legislatuur te beperken. Doorgaans is de regel dat alles wat niet in het regeerakkoord staat, niet bindend is voor de coalitiepartijen en dat nieuwe beleidspunten opnieuw onderworpen moeten worden aan onderhandelingen.

Wanneer de partijen uiteindelijk rond de tafel gaan zitten om te onderhandelen over een regeerakkoord, stellen ze een onderhandelingsploeg aan. Normaal gezien is het de formateur die de onderhandelingen voorzit en een consensus moet bemiddelen. De persoon die de taak van formateur op zich neemt wordt a priori ook de Eerste Minister of Minister-President. Aan de onderhandelingstafel zullen voor elke partij de voorzitter en een ander partijkopstuk zitten, afhankelijk van het besproken thema. Die laatsten zijn doorgaans de personen die uiteindelijk het ambt van minister zullen toegewezen krijgen. Omdat de besprekingen soms zeer technisch kunnen zijn, is er ook op de achtergrond nog een team aanwezig dat de onderhandelaars bijstaat. Dat zijn gewoonlijk de directeur van het studiecentrum van de partij en één of meerdere adviseurs die gespecialiseerd zijn in het onderwerp dat op tafel ligt. Als we ervoor willen zorgen dat er tijdens de onderhandelingen een specifiek topic wordt behandeld, en dat de besprekingen hierover in de goede richting gaan, dan is het natuurlijk van belang om te weten wie er precies aan tafel zal zitten en om ervoor te zorgen dat die personen zich bewust zijn van uw standpunt.

De verschillende memoranda zullen de partijen al geholpen hebben om hun programma’s te formuleren en zich te positioneren in het licht van de verkiezingen. Tijdens de onderhandelingen zullen de partijen eerder documenten nodig hebben die praktisch en kernachtig zijn. Het is daarom beter om korte en eenvoudige documenten, zoals informatiefiches, op te stellen die als inspiratiebron kunnen dienen.

Tot slot moet we ook in gedachten houden dat de aftredende regering op post blijft in “lopende zaken” en dus ook beslissingen blijft nemen totdat er een nieuwe regering wordt aangesteld.

ByAmédée de Radzitzky

Les élections, et puis quoi ?

Au lendemain d’une élection, il n’a peut-être jamais été aussi difficile qu’aujourd’hui de deviner la composition du prochain gouvernement fédéral. Au niveau régional et communautaire, la situation est un peu plus claire, mais sans certitude pour autant. Le contexte dans lequel les organisations doivent opérer demeure flou et incertain. Il est donc difficile dans ces conditions de se préparer et de d’entamer un dialogue avec les responsables politiques. Néanmoins, il est tout de même possible d’anticiper certaines choses et de bien se préparer en vue des discussions d’accord de gouvernement.

A ce stade, il faut faire une distinction entre le niveau régional et communautaire, et le niveau fédéral, même si le processus de formation de gouvernement n’est fondamentalement pas si différent.

En effet, étant donné les résultats relativement clairs au niveau régional et communautaire, les négociations de coalitions vont pouvoir commencer directement et devraient résulter en de nouveaux gouvernements assez rapidement. C’est le plus grand parti qui est à priori à l’initiative pour débuter les négociations. D’ailleurs, le PS a déjà pris l’initiative d’entamer les premières consultations pour la formation des gouvernements bruxellois et wallon, tout comme la N-VA pour le gouvernement flamand.

Au niveau fédéral, le processus est dans un premier temps plus encadré. Le Roi va formellement consulter les présidents de partis avant de nommer un « informateur ». Ce dernier va essayer de trouver des convergences au sein des groupes politiques afin que des négociations puissent être lancées par le « formateur ».

Une fois que les négociations ont commencé, que ça soit au niveau fédéral ou à un autre niveau, le processus est le même. Il n’y a pas de cadre formel, mais les négociations gouvernementales suivent généralement une même structure, et les partis s’y sont préparés en amont. Il est donc dans l’intérêt des entreprises et autres parties prenantes d’en faire tout autant. Pour cela, il est important de bien comprendre ce qu’il se passe au sein des murs du Château de Val-Duchesse pour les négociations au niveau fédéral, ou autour de toute autre table de négociation.

Tout d’abord, il faut savoir que les accords de gouvernements deviennent, au fur et à mesure du temps, de plus en plus précis. Ils atteignent désormais facilement plusieurs centaines de pages. Ces accords deviennent de plus en plus détaillés afin que le cadre dans lequel le futur gouvernement opèrera soit le plus clair possible. De cette manière, on essaye de limiter tout quiproquo, et donc crise, durant la législature. La règle est que tout ce qui ne se trouve pas dans l’accord de gouvernement ne lie en rien les partis de la coalition et doit faire l’objet de nouvelles négociations pour être traité.

Lorsque les partis se mettent autour de la table pour négocier un accord de gouvernement, ils mettent en place une équipe de négociation. Habituellement le formateur préside les discussions et a pour rôle de faciliter le consensus. La personne endossant le rôle de formateur est à priori destinée à devenir le prochain Premier Ministre ou Ministre-Président. A la table des négociations seront assis pour chaque parti son président et l’une ou l’autre personnalité forte du parti en fonction de la thématique discutée. Ces derniers sont généralement les personnes ministrables. Les discussions pouvant être quelquefois très techniques, une équipe en retrait est présente dans la pièce pour soutenir les négociateurs. De manière générale, on retrouve le directeur du centre d’étude du parti, ainsi qu’un ou plusieurs conseillers spécialisés dans la thématique discutée. Si on veut être sûr qu’un point soit réglé lors des négociations, et surtout qu’il prenne la bonne direction, il est alors important de bien savoir quelles seront ces personnes autour de la table et de s’assurer que ces derniers aient connaissance de votre point de vue.

Les mémorandums auront déjà aidé les partis à formuler leurs programmes et à se positionner en vue des élections. Lors des négociations, les partis auront cette fois besoin de documents plus facile à l’usage et dans lesquels ils ne se perdent pas. Il vaut mieux donc leur préparer des documents courts et allant droit au but, tels que des fiches, qu’ils pourront utiliser directement comme source d’inspiration.

Enfin, il ne faut pas non plus oublier que, tant qu’un nouveau gouvernement ne s’est pas formé, le gouvernement sortant reste en place en « affaires courantes » et continue à prendre des décisions.

ByJoran Lauwers

SMS-bombardement – of hoe een bom leggen onder impactvolle lobbying

Politieke uitschuiver van Minister Schauvliege of niet… In het kader van een guerillacampagne een minister dagenlang langs alle mogelijke kanalen bestoken met duizenden – vaak niet al te flatterende – berichten van kwade burgers, het stemt tot nadenken. Noem het activisme, noem het cyberbullying of noem het, met een hip woord, ‘doxing’. Maar het valt in ieder geval niet onder de noemer professionele lobbying (of ‘Public Affairs’).

De cocktail van oprukkende sociale media en een traditioneel erg toegankelijke Belgische politieke cultuur zorgen ervoor dat belangengroepen, NGO’s en bedrijven over een breed speelveld beschikken om op het beleid te wegen.  Sommige politici maken zelfs heel actief reclame voor hun persoonlijk nummer, als blijk van hun toegankelijkheid voor de burger. Wie herinnert zich nog de ‘Allo Flahaut’ campagne? Ook in andere landen blijkt het ‘call your MP’ principe een courante techniek te zijn.

Impact hebben op het beleid: het lijkt dus makkelijker dan ooit. Toch blijven er een aantal spelregels gelden, om ervoor te zorgen dat het ook iets oplevert. Laten we even een paar basisprincipes van Public Affairs in herinnering brengen:

  • Bespeel de juiste kanalen. Een minister aanspreken is in België niet zo moeilijk. Toch is het steeds belangrijk om een boodschap de juiste richting uit te sturen. Rechtstreekse telefoontjes en SMS-berichtjes zijn daarbij allesbehalve ‘the way to go’. Identificeer liever de juiste beleidsmedewerker en bouw langs die weg een duurzaam contact op.
  • Quality over quantity. Het is voor een minister onmogelijk om met iedereen in dialoog te gaan bij een stortvloed aan individuele berichten. Een ‘sms-bombardement’ heeft hoe dan ook gevolgen voor het privéleven van de persoon in kwestie waarmee je veel afbreekt en weinig opbouwt. Investeer liever in een inhoudelijk overtuigende boodschap met duidelijke aanknopingspunten en oplossingen voor het beleid.
  • Speel op de bal, niet op de man/vrouw. Persoonlijke aanvallen zijn volledig uit den boze. Een minister, en bij uitbreiding alle politici, zijn natuurlijk ook mensen met gevoelens. Respect en empathie zijn belangrijk wanneer je een boodschap wil overbrengen, ook al verschil je van mening. Een van de belangrijkste regels van de Public Affairs professional: wees ten allen tijde professioneel.
  • Wees constructief. Wanneer je een bepaalde problematiek onder het licht brengt, zorg er dan voor dat je gegronde argumenten aanreikt en daar ook meteen een oplossing aan verbindt. Politici hebben niet altijd alle antwoorden klaarliggen en staan open voor feedback of suggesties. Toon begrip voor de positie van een politicus en werk naar aanknopingspunten toe. Public Affairs is een win-win verhaal.  

De essentie van deze zaak: verval niet in het gemak van massale kritiek. Onze politici zijn gepassioneerde mensen met een eigen visie en overtuiging. Hen beïnvloeden is ‘part of the game’ – zolang het maar op een ethische, deontologische en professionele manier gebeurt.

Joran Lauwers – Associate Consultant

ByPhilip Naert

The municipal elections are behind us. What now? Here are 5 tips for PA professionals

It has already been a week since the municipal elections took place, but their effects are still rumbling on. Local coalitions have been formed, apart from a number of big cities in which such matters traditionally take a little longer. In any case, a content-based phase, during which the new municipal coalitions are writing their governance programme for the coming six years, is now starting.

At the national party headquarters, the focus is already on the federal, regional and European elections of May 2019. The trends in the local elections can give us an idea of what to expect next year. In Flanders, right-wing parties can be expected to consolidate their position. The N-VA, CD&V and Open Vld are well positioned to campaign for the national elections. In addition, the breakthrough of Groen should of course be noted, and it’s a factor that must be taken into account in the future.

In Brussels and Wallonia, the political landscape seems to be evolving ever more towards a dominant left-wing political landscape with the PS, Ecolo and PTB as the leading parties. The MR appears to be suffering from its participation in the federal government, and the humanists of cdH are losing ground as well.

If these trends are confirmed in the federal and regional elections of May, the formation of a federal coalition may possibly turn out to be a political challenge, given that the Flemish and French-speaking political landscapes are more opposed than ever.

The question now is: how all this is going to impact your public affairs activities. Here are 5 tips to help you:

  1. If you want to address certain issues related to large municipalities, it is preferable to get in touch with the local negotiating teams now in order to suggest concrete policy measures.
  2. With a few exceptions, the national party secretariats have already made quite good progress in drafting their election programmes for next year. Therefore, be sure not to wait any longer to contact study centres with inspiring and clearly explained ideas and proposals.
  3. It is important not to target only majority parties. It is obvious that the green parties deserve special attention, as well as the PS in French-speaking Belgium.
  4. For each party, also identify a number of leading voices in Parliament. In the case of a government formation dragging on, they can play an important role in shaping dossiers through Parliament.
  5. Finally, now is the time to gradually map out who could be part of the negotiating teams during the federal and regional governmental negotiations of next year. This is mostly a mix of cabinet employees, experts from study centres and specialised Members of Parliament.
ByPhilip Naert

Gemeenteraadsverkiezingen achter de rug. Wat nu gedaan? 5 tips voor de PA-professional

De gemeenteraadsverkiezingen liggen alweer een week achter ons, maar zinderen nog na. Lokale coalities zijn gesmeed, buiten een aantal grote steden waar dit traditioneel meer tijd vraagt. Sowieso start nu een inhoudelijke fase waarbij de nieuwe bestuursmeerderheden een bestuursprogramma schrijven voor de komende 6 jaar.

In de nationale partijhoofdkwartieren is de blik reeds gericht op de federale, regionale en Europese verkiezingen van mei 2019. De tendensen van de lokale verkiezingen kunnen ons iets leren over wat ons te wachten staat volgend jaar. In Vlaanderen kan je stellen dat de rechtse partijen consolideren. N-VA, CD&V en Open Vld zijn goed gepositioneerd om de campagne voor de nationale verkiezingen te starten. Daarnaast is natuurlijk de groei van Groen te noteren. Een factor waarmee rekening moet gehouden worden.

In Brussel en Wallonië lijkt het politieke landschap meer en meer te evolueren naar een dominant links politiek landschap met PS, Ecolo en PTB als leidende partijen. MR lijkt te lijden onder haar deelname aan de federale regering en ook de humanisten van cdH verliezen terrein.

Als dezelfde trends worden bevestigd bij de federale en regionale verkiezingen van mei, dan wordt de federale coalitievorming mogelijks een politieke beproeving, aangezien de politieke landschappen aan Vlaamse en Franstalige zijde meer dan ooit tegengesteld zijn.

De vraag is hoe dit alles uw public affairs activiteiten beïnvloedt. Hierbij alvast 5 tips.

  1. Indien u bepaalde onderwerpen van grootstedelijk belang wil aankaarten, dan treedt u best nu in contact met de lokale onderhandelingsteams om concrete beleidsmaatregelen te suggereren.
  2. De nationale partijsecretariaten zijn al naar gelang het geval vrij goed opgeschoten met het uitschrijven van hun verkiezingsprogramma’s voor volgend jaar. Wacht dus zeker niet langer om de studiediensten te zien met inspirerende en helder uitgelegde ideeën en voorstellen.
  3. Hierbij is het van belang om niet enkel de huidige meerderheidspartijen te beogen. Het moge duidelijk zijn dat de groene partijen bijzondere aandacht verdienen, naast in Franstalig België de PS.
  4. Identificeer per partij ook een aantal sterkhouders in het parlement. Bij een lang aanslepende regeringsvorming kunnen zij mogelijks een belangrijke rol spelen om via het parlement dossiers vorm te geven.
  5. Tot slot kan nu ook stilaan in kaart gebracht worden wie deel zou kunnen uitmaken van de onderhandelingsteams van de federale en regionale regeringsonderhandelingen van volgend jaar. Dit is meestal een mix van cabinettards, experten van de studiediensten en gespecialiseerde parlementsleden.
ByPhilip Naert

Regard sur les élections communales : Que faire maintenant ? 5 conseils pour les professionnels en affaires publiques

Cela fait déjà une semaine que les élections communales ont eu lieu mais elles sont encore dans tous les esprits. Les coalitions sont formées, sauf pour quelques grandes villes où traditionnellement elles mettent plus de temps à se mettre en place. Quoi qu’il en soit, une phase de fond s’amorce, au cours de laquelle les nouveaux conseils communaux vont rédiger leur programme pour les six prochaines années.

Aux sièges des principaux partis, tous les regards sont déjà tournés vers les élections fédérales, régionales et européennes de mai 2019. Les tendances des élections communales peuvent déjà nous apporter des enseignements sur les résultats à attendre l’année prochaine. En Flandre, on peut s’attendre à ce que les partis de droite consolident leur position. N-VA, CD&V et Open Vld se sont bien positionnés pour aborder la campagne des élections fédérales. En outre, il faut noter la percée de Groen, un facteur qu’il faudra prendre en compte à l’avenir.

A Bruxelles et en Wallonie, le paysage politique s’oriente de plus en plus vers la gauche avec des partis comme le PS, PTB et Ecolo qui prennent le pouvoir. Le MR, quant à lui, semble souffrir de sa participation au gouvernement fédéral, et les humanistes du CDH perdent également du terrain.

Si les tendances se confirment lors des élections fédérales et régionales en mai, la formation d’une coalition fédérale pourrait devenir un défi politique, vu les paysages politiques francophones et néerlandophones qui s’opposent plus que jamais.

La question est de savoir comment tout cela affecte vos activités en affaires publiques. Voici déjà 5 conseils.

  1. Si vous voulez aborder certaines questions liées aux grandes communes, il est préférable de contacter dès maintenant les équipes de négociation locales pour proposer des mesures politiques concrètes.
  2. Les secrétariats des partis ont déjà assez bien avancé, sauf exception, dans la rédaction de leurs programmes électoraux pour l’année prochaine. Ne perdez plus une seconde pour rencontrer les centres d’étude avec des propositions innovantes et clairement expliquées.
  3. Il est également important de ne pas penser qu’aux partis majoritaires. Il est clair que les partis écologistes méritent une attention particulière, en plus du PS en Belgique francophone.
  4. Identifiez par parti un certain nombre de figures au Parlement. Dans le cas d’une longue période de formation du gouvernement, ils peuvent jouer un rôle important dans l’élaboration des dossiers au Parlement.
  5. Enfin, il est peu à peu possible de déterminer qui pourrait faire partie des équipes de négociations pour la formation d’une coalition aux gouvernements fédéraux et régionaux l’année prochaine. Il s’agit généralement d’un mélange de cabinettards, d’experts des centres d’études et de parlementaires spécialisés.
ByOlivier Henry

Lobbyist: a legitimate profession!

Working for a couple of months now in a corporate affairs firm, I often find it difficult to explain what exactly this job entails without resorting to an English-language term that almost sounds like a dirty word: lobbyist. Quite honestly, the term is often associated with an obnoxious individual prepared to do anything to get what he or she wants. This, combined with my past as a federal member of parliament and my largely political social circle, means I am often seen as having switched allegiances and gone over to the dark side of the force.

But what is the reality of the situation? What exactly does a lobbyist do? Does the profession have its own specific ethics? Is lobbying a necessary evil?

Professional experience

As a result of a meeting in London and an overwhelming need for a change of scenery, I discovered the world of consulting, joining the Belgian Agency Whyte Corporate Affairs, a new environment that touches on the worlds of economics, media, institutions and politics.

However, it is difficult to explain exactly what my job involves. To keep things simple, I have gotten into the habit of telling people that I am in “communications” – so not the traditional type, but the business variety. This enables me to give a more French-language slant to the term “corporate affairs”, which remains a somewhat vague concept for any self-respecting French speaker.

However, if there is one thing that you should know about lobbyists it is that they use a particular language that is all too often anglicised. It is therefore not uncommon to hear in Flemish or French-speaking meetings sentences such as: “Following a reco for his CSR programme, we had to organise a dry run for an elevator pitch so that he could get to the point and explain the targets of the assignment to his management and determine the next steps to be put in place to achieve the turn the page required in a win-win context”. A tad confusing, isn’t it?

Beyond the idiomatic language barrier, how can the profession of consultant, generally, and that of lobbyist, in particular, be defined?

First of all, what is a consultant? It is someone who, given his or her past experience or area of activity, provides advices to his or her clients, formulates recommendations, draws up action plans, ensures they are implemented, etc.

What about a public affairs consultant, or lobbyist? Specialising in the public domain, these professionals champion the interests, and sometimes the reputation, of certain companies and organisations among political decision-makers of all stripes. It is a profession with no shortage of practitioners: a city like Brussels has between 20,000 and 30,000 lobbyists!

Whether or not they are active on the European institutions front, lobbyists are indeed tasked with championing the interests of their clients. In reality, what I do, first and foremost, is communicate, with the objective of helping my clients to clarify or provide additional perspectives to politicians and other stakeholders. A line we never cross is forcing them to compromise on their values and choices.

You need to understand the subtle difference between wanting to impose a particular point of view and enabling those you are dealing with to be properly informed so that they can, ultimately, make the best possible decision.

Perhaps because I have also been influenced by more than 10 years of experience in ministerial offices, today I regard each of my clients as a Minister for whom I am the principal private secretary, budget adviser, cabinet secretary, special advisor, etc. My role is to ensure that they have all necessary information at their disposal in order to be able to achieve their objectives and that everything runs smoothly. The work is both interesting and exciting!

A necessary “evil”?

Is it normal that companies and organisations are obliged to use intermediaries to make their voices heard? Is it necessary to cry wolf whenever lobbyists in suits and ties are spotted wandering the corridors of parliaments?

In my opinion, it is more important to ensure that our decision-makers are as best informed as possible in order to make the best decisions in the broadest possible interest. To do this, it is essential that they have heard all points of view before making their decision.

Lobbying does therefore serve a purpose and is a legitimate profession, provided that its primary objective is to genuinely enhance the knowledge of decision-makers and that it refrains from any form of undue influence. In this respect, the profession operates within a framework and has its own code of ethics. BEPACT (Belgian Public Affairs Community) has drawn up a code for its members based on the principles of transparency, integrity and respect.

Moreover, the Parliamentary Commission on Political Renewal also takes this approach. It has, in fact, provided that lobbyists who want to actively engage with members of parliament will be required to register with the Parliament and clearly state the interests that they are representing.

So, is lobbyist a dirty word? Or is it, in fact, a legitimate, fascinating profession that is crucial for communication between all stakeholders in an issue?

Olivier Henry
Senior Consultant

ByOlivier Henry

« Lobbyiste » : un métier à part entière !

Engagé depuis quelques mois dans une société de « corporate affairs », il m’est souvent très difficile d’expliquer en quoi consiste ce nouvel emploi sans devoir utiliser un anglicisme qui sonne presque comme un gros mot : « lobbyiste ». En effet, il est souvent associé à un odieux personnage prêt à tout pour arriver à ses fins. Ajouté à cela mon passé de parlementaire fédéral et mon entourage largement politique, il m’est souvent reproché d’être celui qui a retourné sa veste et qui est passé du côté obscur de la force.

Qu’en est-il vraiment ? Que fait exactement un lobbyiste ? Existe-t-il une éthique propre au métier ? Le lobbyisme est-il un mal nécessaire ?

Expérience personnelle

Suite à une rencontre à Londres et une grande envie de changer d’air, j’ai découvert le monde de la consultance en intégrant le cabinet belge Whyte Corporate Affairs, un nouvel environnement qui touche à la fois aux mondes économique, médiatique, institutionnel et politique.

Il est toutefois difficile d’expliquer en quoi consiste mon travail. J’ai pris l’habitude, pour faire simple, d’expliquer que je suis dans la communication, non pas traditionnelle, mais « d’affaires » me permettant de donner un sens français aux « corporate affairs » qui restent, pour tout francophone qui se respecte, un concept plutôt vague.

Or, s’il y a bien une chose qu’il faut savoir à propos du lobbyiste c’est qu’il s’exprime dans un langage spécifique et bien trop souvent anglicisé.

Il n’est pas ainsi rare d’entendre des phrases du genre : « A la suite d’une reco pour son programme CSR, on a dû organiser un dry run pour qu’il puisse, sur base d’un elevator pitch, aller to the point avec son management et leur faire comprendre les targets de la mission et les next steps à mettre en place pour réussir le turn the page nécessaire dans un cadre win-win ». De quoi en perdre son… latin, isn’t it?

Au-delà de la barrière idiomatique, comment définir le métier de consultant en général et de lobbyiste en particulier ?

Tout d’abord, qu’est-ce qu’un consultant ? C’est quelqu’un qui, compte tenu de son expérience passée et son domaine d’activité, prodigue des conseils à ses clients, formule des recommandations, établit des plans d’actions, s’assure de leur mise en œuvre…

Et un consultant en « publics affairs » – ou lobbyiste – ? Spécialisé dans le domaine public, ce professionnel défend les intérêts, parfois la réputation, de certaines entreprises et organisations auprès des décideurs politiques de tous bords. Un métier loin d’être en pénurie : une ville comme Bruxelles compte entre 20.000 et 30.000 lobbyistes !

Qu’ils soient ou non actifs sur la scène des institutions européennes, les lobbyistes ont bien pour mission de défendre les intérêts de leurs clients. En réalité, je fais surtout et avant tout de la communication avec pour objectif d’aider mes clients à apporter un éclairage particulier ou supplémentaire aux hommes et femmes politiques et aux autres parties prenantes. Notre limite est de ne jamais les forcer à compromettre leurs valeurs et leurs choix.

Il faut en effet comprendre la nuance entre le fait de vouloir imposer un point de vue et celui de permettre à ses interlocuteurs d’être correctement informés pour pouvoir prendre, in fine, la meilleure décision possible.

Peut-être suis-je aussi influencé par une expérience de plus de 10 ans dans les cabinets ministériels, mais je considère aujourd’hui chacun de mes clients comme un ministre dont je serais à la fois le chef de cabinet, le conseiller budgétaire, le secrétaire de cabinet, le conseiller spécial… Ma mission est de m’assurer qu’ils disposent de toute l’information nécessaire pour pouvoir réaliser leurs objectifs et que tout se passe sans accroc. Un travail passionnant et excitant à la fois !

Un « mal » nécessaire ?

Est-il pour autant normal que les entreprises et les organisations doivent recourir à des intermédiaires pour pouvoir faire entendre leur voix ? Faut-il crier au loup lorsqu’on voit déambuler dans les couloirs des Parlements des lobbyistes en costume-cravate ?

À mon sens, il est plus fondamental de s’assurer que nos décideurs soient informés le mieux possible afin de prendre la meilleure décision et dans l’intérêt le plus général. Pour ce faire, il est primordial qu’ils aient entendu tous les points de vue avant de trancher.

Oui, le lobbying a donc sa raison d’être et est un métier à part entière, pour autant qu’il ait réellement pour vocation première d’enrichir les connaissances des décideurs et s’abstienne de toute forme d’influence illégitime. La profession est d’ailleurs encadrée et dotée d’un code de déontologie. BEPACT (Belgian Public affair community) a établi pour ses membres un code rédigé autour des principes de transparence, d’intégrité et de respect.

La commission parlementaire sur le renouveau politique va d’ailleurs dans ce sens. Elle a en effet prévu que les lobbyistes qui voudraient être actifs auprès des députés devront s’enregistrer auprès du Parlement et préciser clairement les intérêts qu’ils défendent.

Alors, « lobbyiste », un gros mot ? Ou bel et bien un métier à part entière, passionnant et essentiel à la communication entre toutes les parties prenantes d’un dossier ?

Olivier Henry
Senior Consultant

ByJoris Bulteel

At last, a debate about lobbying in Belgium

A lobby register for large-scale military purchases?

On 7 December, a hearing on lobbying took place in the Defence Commission. That was not by chance, because during this parliamentary term decisions are taken on some major military purchases. In Belgium, such large-scale procurement dossiers immediately call up a number of demons from the past – just think of the Agusta scandal or the so-called ‘Obussencontract’.

Specifically, the hearing was about a bill from the Groen and Ecolo environmental parties proposing to establish a transparency register. This public, online register would have to contain full details of contacts between decision-makers and lobbyists on major military purchases. Which policy-maker has contacts with which lobbyists; where, when, how and for how long they communicate with one another; what is discussed and what documentation is exchanged … In other words, a fair amount of detail.

As a lobbyist, I welcome this legislative initiative. Not because I agree entirely with the exact terms of this bill. But because it has another, important merit: for the first time, there seems to be room in Belgium for a suitably nuanced debate about lobbying.

Lobbying, essential for political decision-making

Those submitting the bill acknowledge the usefulness of lobbying. They admit that it is usual for decision-makers to seek advice and consult experts. “The more information is gathered, the better considered the decision will be.” And that is precisely what lobbying is about: it is a form of communication, whereby information is provided for policy-makers. No more, no less. Lobbyists act as the diplomats of the company or organisation they represent.

Of course, lobbying aims to defend specific interests. But for each lobby, there is a counter-lobby. Arguments for and against. It gives the policy-makers a full picture. So lobbying contributes towards the decision-making process. In times of ever greater complexity, this input has become essential. Lobbying does not impair the independence of the politician, who acquires the necessary understanding on the basis of all the information acquired, forms an opinion, tests ideas, builds support and is able to take a well-founded decision. So most politicians welcome this input.

Towards high-quality, ethically responsible lobbying

The Groen and Ecolo bill focuses on far-reaching registration. The aim is noble: maximum transparency. Registering lobbyists, as is the case at European level, can be a good thing. Taking the Dutch example, the idea of a ‘lobbying paragraph’ in law can even encourage policy-makers to consult on a sufficiently broad and balanced basis. However, the idea of detailed reports on the content of each conversation or contact raises questions. After all, diplomatic contacts or political negotiations are not held in public. Two risks emerge. Firstly: companies and other organisations may rein back on sharing expertise or ideas, which detracts from the quality of the policy. A second risk is that communication between policy-makers and stakeholders is driven down into an underground circuit. In both cases, the transparency register would result not in more, but in less transparency.

On the other hand, the bill does not go far enough, because it says nothing about deontology and it is limited to defence. And that is more than worth discussing. Lobbyists and politicians benefit from high-quality, ethically responsible lobbying. Lobbyists must abide by the basic rules of the profession, such as being transparent about the interests they represent, guaranteeing that the information they provide is accurate and demonstrating unconditional professionalism. Because yes, lobbying is a profession.

Joris Bulteel
Partner

ByJoris Bulteel

Eindelijk een debat over lobbying in België

Een lobbyregister voor grote legeraankopen?

Op 7 december vond in de Commissie Defensie een hoorzitting over lobbying plaats. Geen toeval, want in deze legislatuur wordt er beslist over enkele grote legeraankopen. In België roepen zo’n grote aankoopdossiers meteen enkele demonen uit het verleden op – denken we aan het Agustaschandaal of het obussendossier.

Precies onderwerp van de hoorzitting is een wetsvoorstel van Groen en Ecolo, dat voorziet in een transparantieregister. In dit publiek en online register zou je alle details moeten kunnen terugvinden over contacten tussen besluitvormers en lobbyisten inzake grote legeraankopen. Welke beleidsmaker heeft contact met welke lobbyisten; waar, wanneer, hoe en hoe lang communiceren ze met elkaar; wat wordt er besproken en welke documentatie wordt er uitgewisseld … Behoorlijk veel details dus.

Als lobbyist verwelkom ik dit wetgevend initiatief. Niet omdat ik het volledig eens ben met de precieze modaliteiten van het wetsvoorstel. Wel omdat het een andere, belangrijke verdienste heeft: voor het eerst lijkt er in België ruimte voor een genuanceerd debat over lobbying.

Lobbying, essentieel voor de politieke besluitvorming

De indieners van het wetsvoorstel erkennen het nut van lobbying. Ze geven aan dat het normaal is dat besluitvormers adviezen inwinnen en deskundigen raadplegen. “Hoe meer informatie wordt vergaard, hoe weloverwogener de beslissing zal zijn.” En dat is precies waar lobbying om gaat: het is een vorm van communicatie, waarbij aan beleidsmakers informatie wordt verstrekt. Niet meer, niet minder. Lobbyisten fungeren als de diplomaten van de onderneming of organisatie die ze vertegenwoordigen.

Natuurlijk is lobbywerk gericht op het verdedigen van specifieke belangen, maar voor elke lobby bestaat er wel een tegenlobby. Woord en wederwoord, het geeft beleidsmakers een volledig beeld. Lobbywerk draagt dus bij tot de besluitvorming. In tijden van alsmaar toenemende complexiteit, is deze input onontbeerlijk geworden. Lobbying doet geen afbreuk aan de onafhankelijkheid van de politicus, die op basis van alle verworven informatie de nodige inzichten verwerft, een mening vormt, ideeën aftoetst, draagvlak opbouwt en een gefundeerde beslissing kan nemen. De meeste politici zijn dan ook vragende partij voor deze input.

Richting kwaliteitsvol en deontologisch verantwoord lobbywerk

Het wetsvoorstel van Groen en Ecolo focust op een verregaande registratie. De doelstelling is nobel: maximale transparantie. Het registreren van lobbyisten, zoals het geval is op Europees niveau, kan een goede zaak zijn. Naar Nederlands voorbeeld kan de idee rond een ‘lobbyparagraaf’ in wetgeving zelfs een aanmoediging zijn voor beleidsmakers om voldoende breed en evenwichtig te consulteren. Het gedetailleerd rapporteren van de inhoud van elk gesprek of contact, roept echter vragen op. Diplomatieke contacten of politieke onderhandelingen voer je toch ook niet op de stoep? Twee risico’s dienen zich aan. Ten eerste: ondernemingen en andere organisaties kunnen op de rem gaan staan om expertise of ideeën te delen, wat nadelig is voor de kwaliteit van het beleid. Een tweede risico bestaat erin dat de communicatie tussen beleidsmakers en belanghebbenden naar een ‘underground’ circuit verdreven wordt. In beide gevallen zou het transparantieregister niet tot meer, maar tot minder transparantie leiden.

Anderzijds gaat het wetsvoorstel niet ver genoeg, omdat het niets zegt over deontologie en omdat het zich beperkt tot defensie. En dat is een debat meer dan waard. Lobbyisten én politici zijn gebaat bij kwaliteitsvol en deontologisch verantwoord lobbywerk. Lobbyisten moeten de basisregels van het vak respecteren, zoals transparant zijn over het belang dat ze vertegenwoordigen, garanderen dat ze correcte informatie verstrekken en onvoorwaardelijk blijk geven van professionalisme. Want jawel, lobbying is een vak.

Joris Bulteel
Partner

12