Public Affairs

ByAmédée de Radzitzky

A week in Berlin. Or how context defines our business.

As a member agency of the Global Communication Alliance (GCA), a network of independent agencies around the world, Whyte Corporate Affairs takes part in the Leadership Exchange Program. This program allows a consultant to be detached to one of the partner agencies for a short period of time to discover their working methods and to exchange best practices. In this context, I spent a week in Berlin at navos, a communication and public affairs agency that is characterized by its willingness to engage in dialogue.

Throughout my stay at navos, one expression constantly came to mind: “Same same but different”. “Same” as far as the type of files, the approach and the way to meet the clients’ needs are concerned, but often “different” in the nuances. This phenomenon was so glaring that using this expression to describe my stay seemed to be an obvious choice.

Thanks to navos for the warm welcome!

When I returned, however, I was surprised to discover that my colleague Ariane Goossens had used the exact same expression to describe her stay at PLMR in London, one year earlier, in the context of the same exchange program. On second thought, it does make sense. Fortunately, GCA agencies can easily relate to each other’s work. The network brings together independent agencies active in the same sector of activity, which we describe at Whyte as “Corporate Affairs”, meaning public affairs and corporate communication. Active in the same field, it is natural that we find ourselves in the work of other agencies. Beyond that, we find ourselves entirely in the way of working of other agencies because professionalism is at the heart of the network’s philosophy.

In the end, it is also normal that, in these similarities, we find differences. We should even be pleased about that. Indeed, each agency has its own identity and operates in a specific context. We speak the same language, but sometimes with different accents. It is through this diversity that we can best learn from each other within the network. The similarities confirm our approach and the small differences make us think about how to further improve our services.

Most peculiarities I have observed result from one single fact: a very different geopolitical context. Germany’s territory is indeed 12 times larger than Belgium’s. Germany’s exports are almost 5 times higher. The playing field therefore is quite different.

Military parade for Boris Johnson’s official visit

The first peculiarity is that, comparing to Belgium, more multinationals have their international headquarters based in Germany. This aspect does not necessarily have an impact on the clients of the two agencies, but rather on the tasks entrusted to them. Companies’ national representatives will naturally focus on national projects. However, their international headquarters will more often contract an agency to both advise them at the national level and coordinate the approach and strategy beyond national borders. Though this kind of task is often entrusted to Whyte, it was still very interesting to discover to what extent it is integrated into navos’ structure.

The second striking element is a direct consequence of the difference between the two political systems. In Belgium, at the federal level, powers are highly centralized within the government, when not in ‘caretaker’ mode. The role of the parliament is not to be minimized, however, it remains focused on monitoring the actions of the government. At the regional level, the dynamics are the same, but for other responsibilities (and with significantly shorter ‘caretaking’ periods). In Germany, the Länder also play a key role, though it has a higher impact at the national level. Much is at stake at the parliamentary level and the government constantly has to ensure that it can reach a consensus. This difference in structure has a significant impact on the public affairs strategies. While strategies cannot always be applied from one country to another, different actions can certainly be a source of inspiration.

Visit of the Bundestag with Hilmar Girnus (navos) and Hannes Wiesel (parliamentary assistant)

Finally, the third singularity results from the difference in culture. Even if we are from neighbouring countries with relatively similar cultures, nuances remain. The debates that will live in one country might not in the other. A company’s communication must therefore be able to adapt to this context in order to be in tune with the public. In the role of consultant, it is important to follow the different trends and be aware of the debates that are taking place within our country, but also beyond our borders.

Berlin’s eclecticism

This experience has been very enriching. It is truly inspiring to see another team working on other files, and it gives a lot of ideas on how to better serve our clients. Of course, this was only possible thanks to the opportunity offered by Whyte to participate in this exchange program and navos’ very warm welcome. I would therefore like to thank all of them for making this experience possible. And I highly recommend it to everyone who has the opportunity to take part in this kind of exchange of ideas and best practices!

Some summer evening fun in Berlin

ByCharline Desmecht

Public Affairs tijdens regeringsvormingen

De Duitstalige Gemeenschap klaarde de regeringsvormingsklus al 2 dagen na de verkiezingen, met een hernieuwing van de vorige coalitie.

In het Brussels Gewest duurde het 52 dagen om met 6 partijen een traject voor de komende 5 jaar uit te tekenen en 8 regeringsleden uit te kiezen – 5 Franstaligen, 3 Nederlandstaligen. In eenzelfde beweging werd ook een akkoord gevonden voor de uitvoerende organen van de Vlaamse, Franse en Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissies. De socialisten en de groenen hebben elk hun zogenaamde zusterpartij aan boord, en OpenVLD en Défi vullen het plaatje aan. Van deze lichte asymetrie ligt niemand in Brussel nog wakker. Eerst bekeken de taalgroepen apart met wie ze hun deel van de regering wilden opvullen, en dan begonnen ze samen te onderhandelen. Met hulp van buiten het Gewest kwam er nog een poging om de MR in extremis aan boord te duwen maar dat werd kordaat afgeblokt: in Brussel denkt men op zijn Brussels, en dat is 30 jaar na de oprichting van het Gewest een duidelijk teken van volwassenheid.

De volgende in de rij die met een regeerakkoord en een regering konden pronken waren het Waals Gewest en de Fédération Wallonie-Bruxelles, 106 dagen na de verkiezingen. De parlementen overlappen elkaar (met uitzondering van de Franstalige Brusselaars die niet in het Waals parlement zetelen) maar de regeringen zijn volledig gescheiden: 2 Ministers-Presidenten dus, en een regering van respectievelijk 8 en 5 Ministers. De mislukte poging om een minderheidsregering te vormen, met de klaproos als symbool en met de inbreng van de “société civile”, zorgde ervoor dat de echte onderhandelingen pas begin juli echt van start gingen. Uiteindelijk werd de deadline van het begin van het parlementair jaar net gemist, maar het akkoord was er wel op tijd voor de Waalse feesten die op 14 september van start gingen!

Het laatste regeerakkoord dat tot nu toe werd gesloten is dus dat van de Vlaamse regering, 127 dagen na de verkiezingen. Uiteindelijk werd de vorige coalitie verdergezet, maar de evenwichten tussen de partijen en de gezichten die de regering bevolken kenden belangrijke veranderingen, net als de inhoudelijke klemtonen. Het parcours van die regeringsvorming was een stuk delicater dan in de andere deelstaten, met dank aan de hete adem van het Vlaams Belang en de verschillende onderhandelings- en positioneringsstrategieën die hierdoor ten tonele werden gedragen. Opvallend was ook de lange landing voor die onderhandelingen, die uiteindelijk meer dan twee weken op zich liet wachten nadat de “laatste rechte lijn” was ingegaan, wat het gevolg was van de vele spanningen tussen de partijen rond de tafel, maar ook binnen de partijen zelf. En dan was er nog de perceptie dat het werk niet helemaal af was, omdat de oppositie bij de regeringsverklaring onmiddellijk ook de begrotingstabellen opeiste.

En het federale niveau dan? Neem alle ingrediënten die aanleiding gaven tot complexiteit bij de deelstaten, schud ze door elkaar, breng ze op smaak met op til staande voorzittersverkiezingen, voeg er zachtjes de herinnering aan het record van 18 maanden lopende zaken in 2010-2011 aan toe, kruid met het “trauma” van een regering zonder meerderheid in de Nederlandse taalgroep, verhit met verklaringen op Twitter, in kranten en in televisieprogramma’s. En wacht geduldig op het resultaat.

Moeten wij als Public Affairs professionals ondertussen languit achteruit leunen? Uiteraard niet. Met enige nostalgie kunnen we zelfs terugdenken aan de langste regeringsvorming ooit (541 dagen), toen zich een volledig nieuw speelveld ontplooide: een buitengewoon ‘activistisch’ parlement bracht toen een ongekende dynamiek op gang – zowel voor politici als lobbyisten. Ongehinderd door een coalitieakkoord kunnen schakelen met wisselende meerderheden: het leverde ongezien vuurwerk op.

Tijdens een regeringsvorming, hoe lang ook, blijven Public Affairs een kunst op zich. Het gaat er dan zowel om contact te houden met de onderhandelaars, als met het team dat de lopende zaken voor zijn rekening neemt. Wat dat laatste betreft lijkt de pragmatische trend in het omgaan met de lopende zaken –  terecht – te worden voortgezet: volledig nieuwe regeringsinitiatieven kunnen duidelijk niet door de beugel, maar er zijn budgetaire contraintes en alles wat via het parlement loopt kan doorgaan want op dat vlak is de democratische controle gewaarborgd. En als het over de onderhandelingen gaat is het heel belangrijk om de vinger aan de pols te blijven houden: een magisch zinnetje in een regeerakkoord kan veel betekenen voor de resultaten die tijdens de legislatuur nagestreefd zullen worden. Het klimaat van de regeringsvorming zegt ten slotte ook veel over de sfeer die uiteindelijk in de regering zal heersen. Deze tussenperiode is dus een des te uitdagendere context om te begrijpen en te benaderen. Dat volgen wij zo goed mogelijk op.

ByCharline Desmecht

Public Affairs pendant la formation des gouvernements

La Communauté germanophone a réussi à former un gouvernement 2 jours après les élections, avec un renouvellement de la coalition précédente.

Pour la Région de Bruxelles-Capitale, il a fallu 52 jours pour définir à 6 partis, un parcours pour les 5 prochaines années et choisir 8 membres du gouvernement – 5 francophones, 3 néerlandophones. Dans un même mouvement, un accord a été trouvé pour les instances exécutives des Commissions Communautaire française, flamande et commune. Les socialistes et les écolos ont chacun leur homologue néerlandophone à bord, et sont accompagnés de l’OpenVLD et de Défi.  Cette légère asymétrie n’étonne plus personne à Bruxelles. D’abord, les groupes linguistiques se sont penchés séparément sur la question de savoir avec qui ils allaient former leur partie du gouvernement, et ensuite, ils ont entamé les négociations tous ensemble. Une tentative de prendre in extremis le MR à bord, soutenue depuis l’extérieur de la Région, n’a pas été couronnée de succès : à Bruxelles, on règle d’abord ses comptes entre bruxellois, et 30 ans après la création de la Région, c’est un signe clair de maturité.

Ce fut ensuite au tour de la Région wallonne et de la Fédération Wallonie-Bruxelles, 106 jours après les élections, de présenter fièrement un accord de coalition et un gouvernement. Les parlements se chevauchent (à l’exception des Bruxellois francophones qui ne siègent pas au Parlement wallon), mais les gouvernements sont totalement séparés : 2 Ministres-Présidents donc, et un gouvernement de respectivement 8 et 5 ministres. L’échec de la tentative de former un gouvernement « coquelicot » minoritaire avec l’aide de la société civile a fait en sorte que les véritables négociations n’ont vraiment commencé qu’au début du mois de juillet. A l’arrivée, la date limite du début de l’année parlementaire a été loupée de justesse, mais l’accord a été conclu pile à temps pour les fêtes de Wallonie qui débutaient le 14 septembre !

Le dernier accord de coalition conclu à ce jour est celui du gouvernement flamand, 127 jours après les élections. En fin de compte, la coalition précédente a été maintenue, mais l’équilibre entre les partis et les visages de ceux ayant remporté les portefeuilles ministériels ont connu d’importants changements, tout comme les priorités de fond. Le parcours de cette formation gouvernementale a été beaucoup plus délicat que dans les autres entités fédérées, grâce au souffle chaud du Vlaams Belang et aux diverses stratégies de négociation et de positionnement qui en ont découlé. Une fois la dernière ligne droite entamée, les partis autour de la table ont encore mis plus de deux semaines avant de franchir la ligne d’arrivée, ce qui reflète assez bien les nombreuses tensions entre eux, mais aussi au sein des partis eux-mêmes. Il y a également eu le sentiment que le travail n’était pas complètement terminé, parce que l’opposition a immédiatement exigé les tableaux budgétaires lors de la déclaration de gouvernement.

Et qu’en est-il au niveau fédéral ? Prenez tous les ingrédients qui ont donné lieu à de la complexité pour les entités fédérées, secouez bien, assaisonnez d’élections imminentes à la présidence de plusieurs partis, versez doucement le souvenir du record de 18 mois d’affaires  courantes en 2010-2011, ajoutez le “traumatisme” d’un gouvernement sans majorité dans le groupe linguistique néerlandophone, et réchauffez le tout avec des déclarations sur Twitter, dans les journaux et dans les émissions de télévision. Ensuite, attendez patiemment le résultat.

En tant que professionnels en Public Affairs, pouvons-nous nous asseoir et nous détendre pendant ce temps ? Bien sûr que non. Avec un peu de nostalgie, on peut même repenser à la plus longue formation de gouvernement jamais vue (541 jours), lorsqu’un tout nouveau terrain de jeu s’est ouvert : un parlement particulièrement “activiste”, qui a alors mis en branle une dynamique sans précédent – tant pour les politiciens que pour les lobbyistes. Ne pas avoir à tenir compte d’accords de coalition pour alterner les majorités : le feu d’artifice fut sans précédent.

Pendant la formation d’un gouvernement, peu importe la durée, les Public Affairs demeurent un art en soi. Il s’agit de rester en contact à la fois avec les négociateurs, mais aussi avec l’équipe qui s’occupe des affaires courantes. En ce qui concerne ce dernier point, l’approche pragmatique des affaires courantes semble – à juste titre – se confirmer : des initiatives gouvernementales totalement nouvelles sont clairement inacceptables, mais il existe des contraintes budgétaires et tout ce qui passe par le Parlement peut aller de l’avant puisque dans ce cas, le contrôle démocratique est garanti. Et en ce qui concerne les négociations, il est très important de rester à l’affût : une phrase magique dans un accord de coalition peut avoir une grande importance pour les résultats qui seront recherchés pendant la législature. Enfin, le climat de formation du gouvernement en dit long sur l’atmosphère qui finira par prévaloir au sein du gouvernement. Cette période de transition est donc un contexte avec d’autant plus de challenges pour comprendre et aborder ce qui est en jeu. Nous faisons tout ce qui est en notre pouvoir pour être à la hauteur.

ByAmédée de Radzitzky

De verkiezingen: wat nu?

In de nasleep van de verkiezingen is het wellicht nog nooit zo moeilijk geweest om de samenstelling van de volgende federale regering te voorspellen. Op regionaal (en gemeenschaps)vlak is de situatie iets duidelijker maar ook hier is er geen zekerheid. De context waarin organisaties moeten opereren blijft alleszins vaag en onbeslist. Onder deze omstandigheden is het dan ook moeilijk om een dialoog met beleidsmakers voor te bereiden en aan te gaan. Toch kan men zich nu al prima voorbereiden op de discussies over het regeerakkoord.

In deze fase moeten we het onderscheid maken tussen het regionaal en het federaal niveau, zelfs al is de formatieprocedure niet fundamenteel verschillend.

Gezien de relatief duidelijke resultaten op regionaal vlak zullen de consultaties er meteen van start kunnen gaan en kunnen de gesprekken redelijk snel tot nieuwe regeringen leiden. Het is a priori de grootste partij die daarbij het initiatief neemt om de onderhandelingen op te starten. Zo hebben N-VA en PS al het initiatief genomen om de eerste consultaties te starten voor respectievelijk de vorming van een Vlaamse, Waalse en Brusselse regering.

Op federaal niveau is er een grotere procedurele omkadering. De Koning zal de partijvoorzitters formeel consulteren, waarna hij een “informateur” zal aanstellen. Die laatste moet proberen raakpunten te zoeken tussen de verschillende politieke partijen vooraleer de onderhandelingen kunnen worden opgestart door de “formateur”.

Eens de onderhandelingen zijn begonnen, of het nu op federaal niveau of op een ander niveau is, blijft de procedure hetzelfde. Er is geen formeel kader, maar de regeringsonderhandelingen volgen doorgaans hetzelfde patroon. De partijen hebben zich hier dan ook van tevoren op voorbereid. Het is dus in het belang van bedrijven en andere belanghebbenden om hetzelfde te doen. Hiervoor is een grondig begrip van wat er gebeurt binnen de muren van het Kasteel Hertoginnendal voor de federale onderhandelingen, of rond eender welke andere onderhandelingstafel, cruciaal.

Ten eerste is het belangrijk te weten dat de regeerakkoorden mettertijd steeds omvangrijker zijn geworden. Vandaag de dag omvatten die akkoorden al snel honderden pagina’s. De afspraken binnen die akkoorden worden ook steeds gedetailleerder zodat het kader waarbinnen de toekomstige regering zal opereren zo duidelijk mogelijk is. Op die manier proberen de partijen elk misverstand, en dus elke crisis, tijdens de legislatuur te beperken. Doorgaans is de regel dat alles wat niet in het regeerakkoord staat, niet bindend is voor de coalitiepartijen en dat nieuwe beleidspunten opnieuw onderworpen moeten worden aan onderhandelingen.

Wanneer de partijen uiteindelijk rond de tafel gaan zitten om te onderhandelen over een regeerakkoord, stellen ze een onderhandelingsploeg aan. Normaal gezien is het de formateur die de onderhandelingen voorzit en een consensus moet bemiddelen. De persoon die de taak van formateur op zich neemt wordt a priori ook de Eerste Minister of Minister-President. Aan de onderhandelingstafel zullen voor elke partij de voorzitter en een ander partijkopstuk zitten, afhankelijk van het besproken thema. Die laatsten zijn doorgaans de personen die uiteindelijk het ambt van minister zullen toegewezen krijgen. Omdat de besprekingen soms zeer technisch kunnen zijn, is er ook op de achtergrond nog een team aanwezig dat de onderhandelaars bijstaat. Dat zijn gewoonlijk de directeur van het studiecentrum van de partij en één of meerdere adviseurs die gespecialiseerd zijn in het onderwerp dat op tafel ligt. Als we ervoor willen zorgen dat er tijdens de onderhandelingen een specifiek topic wordt behandeld, en dat de besprekingen hierover in de goede richting gaan, dan is het natuurlijk van belang om te weten wie er precies aan tafel zal zitten en om ervoor te zorgen dat die personen zich bewust zijn van uw standpunt.

De verschillende memoranda zullen de partijen al geholpen hebben om hun programma’s te formuleren en zich te positioneren in het licht van de verkiezingen. Tijdens de onderhandelingen zullen de partijen eerder documenten nodig hebben die praktisch en kernachtig zijn. Het is daarom beter om korte en eenvoudige documenten, zoals informatiefiches, op te stellen die als inspiratiebron kunnen dienen.

Tot slot moet we ook in gedachten houden dat de aftredende regering op post blijft in “lopende zaken” en dus ook beslissingen blijft nemen totdat er een nieuwe regering wordt aangesteld.

ByAmédée de Radzitzky

Les élections, et puis quoi ?

Au lendemain d’une élection, il n’a peut-être jamais été aussi difficile qu’aujourd’hui de deviner la composition du prochain gouvernement fédéral. Au niveau régional et communautaire, la situation est un peu plus claire, mais sans certitude pour autant. Le contexte dans lequel les organisations doivent opérer demeure flou et incertain. Il est donc difficile dans ces conditions de se préparer et de d’entamer un dialogue avec les responsables politiques. Néanmoins, il est tout de même possible d’anticiper certaines choses et de bien se préparer en vue des discussions d’accord de gouvernement.

A ce stade, il faut faire une distinction entre le niveau régional et communautaire, et le niveau fédéral, même si le processus de formation de gouvernement n’est fondamentalement pas si différent.

En effet, étant donné les résultats relativement clairs au niveau régional et communautaire, les négociations de coalitions vont pouvoir commencer directement et devraient résulter en de nouveaux gouvernements assez rapidement. C’est le plus grand parti qui est à priori à l’initiative pour débuter les négociations. D’ailleurs, le PS a déjà pris l’initiative d’entamer les premières consultations pour la formation des gouvernements bruxellois et wallon, tout comme la N-VA pour le gouvernement flamand.

Au niveau fédéral, le processus est dans un premier temps plus encadré. Le Roi va formellement consulter les présidents de partis avant de nommer un « informateur ». Ce dernier va essayer de trouver des convergences au sein des groupes politiques afin que des négociations puissent être lancées par le « formateur ».

Une fois que les négociations ont commencé, que ça soit au niveau fédéral ou à un autre niveau, le processus est le même. Il n’y a pas de cadre formel, mais les négociations gouvernementales suivent généralement une même structure, et les partis s’y sont préparés en amont. Il est donc dans l’intérêt des entreprises et autres parties prenantes d’en faire tout autant. Pour cela, il est important de bien comprendre ce qu’il se passe au sein des murs du Château de Val-Duchesse pour les négociations au niveau fédéral, ou autour de toute autre table de négociation.

Tout d’abord, il faut savoir que les accords de gouvernements deviennent, au fur et à mesure du temps, de plus en plus précis. Ils atteignent désormais facilement plusieurs centaines de pages. Ces accords deviennent de plus en plus détaillés afin que le cadre dans lequel le futur gouvernement opèrera soit le plus clair possible. De cette manière, on essaye de limiter tout quiproquo, et donc crise, durant la législature. La règle est que tout ce qui ne se trouve pas dans l’accord de gouvernement ne lie en rien les partis de la coalition et doit faire l’objet de nouvelles négociations pour être traité.

Lorsque les partis se mettent autour de la table pour négocier un accord de gouvernement, ils mettent en place une équipe de négociation. Habituellement le formateur préside les discussions et a pour rôle de faciliter le consensus. La personne endossant le rôle de formateur est à priori destinée à devenir le prochain Premier Ministre ou Ministre-Président. A la table des négociations seront assis pour chaque parti son président et l’une ou l’autre personnalité forte du parti en fonction de la thématique discutée. Ces derniers sont généralement les personnes ministrables. Les discussions pouvant être quelquefois très techniques, une équipe en retrait est présente dans la pièce pour soutenir les négociateurs. De manière générale, on retrouve le directeur du centre d’étude du parti, ainsi qu’un ou plusieurs conseillers spécialisés dans la thématique discutée. Si on veut être sûr qu’un point soit réglé lors des négociations, et surtout qu’il prenne la bonne direction, il est alors important de bien savoir quelles seront ces personnes autour de la table et de s’assurer que ces derniers aient connaissance de votre point de vue.

Les mémorandums auront déjà aidé les partis à formuler leurs programmes et à se positionner en vue des élections. Lors des négociations, les partis auront cette fois besoin de documents plus facile à l’usage et dans lesquels ils ne se perdent pas. Il vaut mieux donc leur préparer des documents courts et allant droit au but, tels que des fiches, qu’ils pourront utiliser directement comme source d’inspiration.

Enfin, il ne faut pas non plus oublier que, tant qu’un nouveau gouvernement ne s’est pas formé, le gouvernement sortant reste en place en « affaires courantes » et continue à prendre des décisions.

ByJoran Lauwers

SMS-bombardement – of hoe een bom leggen onder impactvolle lobbying

Politieke uitschuiver van Minister Schauvliege of niet… In het kader van een guerillacampagne een minister dagenlang langs alle mogelijke kanalen bestoken met duizenden – vaak niet al te flatterende – berichten van kwade burgers, het stemt tot nadenken. Noem het activisme, noem het cyberbullying of noem het, met een hip woord, ‘doxing’. Maar het valt in ieder geval niet onder de noemer professionele lobbying (of ‘Public Affairs’).

De cocktail van oprukkende sociale media en een traditioneel erg toegankelijke Belgische politieke cultuur zorgen ervoor dat belangengroepen, NGO’s en bedrijven over een breed speelveld beschikken om op het beleid te wegen.  Sommige politici maken zelfs heel actief reclame voor hun persoonlijk nummer, als blijk van hun toegankelijkheid voor de burger. Wie herinnert zich nog de ‘Allo Flahaut’ campagne? Ook in andere landen blijkt het ‘call your MP’ principe een courante techniek te zijn.

Impact hebben op het beleid: het lijkt dus makkelijker dan ooit. Toch blijven er een aantal spelregels gelden, om ervoor te zorgen dat het ook iets oplevert. Laten we even een paar basisprincipes van Public Affairs in herinnering brengen:

  • Bespeel de juiste kanalen. Een minister aanspreken is in België niet zo moeilijk. Toch is het steeds belangrijk om een boodschap de juiste richting uit te sturen. Rechtstreekse telefoontjes en SMS-berichtjes zijn daarbij allesbehalve ‘the way to go’. Identificeer liever de juiste beleidsmedewerker en bouw langs die weg een duurzaam contact op.
  • Quality over quantity. Het is voor een minister onmogelijk om met iedereen in dialoog te gaan bij een stortvloed aan individuele berichten. Een ‘sms-bombardement’ heeft hoe dan ook gevolgen voor het privéleven van de persoon in kwestie waarmee je veel afbreekt en weinig opbouwt. Investeer liever in een inhoudelijk overtuigende boodschap met duidelijke aanknopingspunten en oplossingen voor het beleid.
  • Speel op de bal, niet op de man/vrouw. Persoonlijke aanvallen zijn volledig uit den boze. Een minister, en bij uitbreiding alle politici, zijn natuurlijk ook mensen met gevoelens. Respect en empathie zijn belangrijk wanneer je een boodschap wil overbrengen, ook al verschil je van mening. Een van de belangrijkste regels van de Public Affairs professional: wees ten allen tijde professioneel.
  • Wees constructief. Wanneer je een bepaalde problematiek onder het licht brengt, zorg er dan voor dat je gegronde argumenten aanreikt en daar ook meteen een oplossing aan verbindt. Politici hebben niet altijd alle antwoorden klaarliggen en staan open voor feedback of suggesties. Toon begrip voor de positie van een politicus en werk naar aanknopingspunten toe. Public Affairs is een win-win verhaal.  

De essentie van deze zaak: verval niet in het gemak van massale kritiek. Onze politici zijn gepassioneerde mensen met een eigen visie en overtuiging. Hen beïnvloeden is ‘part of the game’ – zolang het maar op een ethische, deontologische en professionele manier gebeurt.

Joran Lauwers – Associate Consultant

ByPhilip Naert

The municipal elections are behind us. What now? Here are 5 tips for PA professionals

It has already been a week since the municipal elections took place, but their effects are still rumbling on. Local coalitions have been formed, apart from a number of big cities in which such matters traditionally take a little longer. In any case, a content-based phase, during which the new municipal coalitions are writing their governance programme for the coming six years, is now starting.

At the national party headquarters, the focus is already on the federal, regional and European elections of May 2019. The trends in the local elections can give us an idea of what to expect next year. In Flanders, right-wing parties can be expected to consolidate their position. The N-VA, CD&V and Open Vld are well positioned to campaign for the national elections. In addition, the breakthrough of Groen should of course be noted, and it’s a factor that must be taken into account in the future.

In Brussels and Wallonia, the political landscape seems to be evolving ever more towards a dominant left-wing political landscape with the PS, Ecolo and PTB as the leading parties. The MR appears to be suffering from its participation in the federal government, and the humanists of cdH are losing ground as well.

If these trends are confirmed in the federal and regional elections of May, the formation of a federal coalition may possibly turn out to be a political challenge, given that the Flemish and French-speaking political landscapes are more opposed than ever.

The question now is: how all this is going to impact your public affairs activities. Here are 5 tips to help you:

  1. If you want to address certain issues related to large municipalities, it is preferable to get in touch with the local negotiating teams now in order to suggest concrete policy measures.
  2. With a few exceptions, the national party secretariats have already made quite good progress in drafting their election programmes for next year. Therefore, be sure not to wait any longer to contact study centres with inspiring and clearly explained ideas and proposals.
  3. It is important not to target only majority parties. It is obvious that the green parties deserve special attention, as well as the PS in French-speaking Belgium.
  4. For each party, also identify a number of leading voices in Parliament. In the case of a government formation dragging on, they can play an important role in shaping dossiers through Parliament.
  5. Finally, now is the time to gradually map out who could be part of the negotiating teams during the federal and regional governmental negotiations of next year. This is mostly a mix of cabinet employees, experts from study centres and specialised Members of Parliament.
ByPhilip Naert

Gemeenteraadsverkiezingen achter de rug. Wat nu gedaan? 5 tips voor de PA-professional

De gemeenteraadsverkiezingen liggen alweer een week achter ons, maar zinderen nog na. Lokale coalities zijn gesmeed, buiten een aantal grote steden waar dit traditioneel meer tijd vraagt. Sowieso start nu een inhoudelijke fase waarbij de nieuwe bestuursmeerderheden een bestuursprogramma schrijven voor de komende 6 jaar.

In de nationale partijhoofdkwartieren is de blik reeds gericht op de federale, regionale en Europese verkiezingen van mei 2019. De tendensen van de lokale verkiezingen kunnen ons iets leren over wat ons te wachten staat volgend jaar. In Vlaanderen kan je stellen dat de rechtse partijen consolideren. N-VA, CD&V en Open Vld zijn goed gepositioneerd om de campagne voor de nationale verkiezingen te starten. Daarnaast is natuurlijk de groei van Groen te noteren. Een factor waarmee rekening moet gehouden worden.

In Brussel en Wallonië lijkt het politieke landschap meer en meer te evolueren naar een dominant links politiek landschap met PS, Ecolo en PTB als leidende partijen. MR lijkt te lijden onder haar deelname aan de federale regering en ook de humanisten van cdH verliezen terrein.

Als dezelfde trends worden bevestigd bij de federale en regionale verkiezingen van mei, dan wordt de federale coalitievorming mogelijks een politieke beproeving, aangezien de politieke landschappen aan Vlaamse en Franstalige zijde meer dan ooit tegengesteld zijn.

De vraag is hoe dit alles uw public affairs activiteiten beïnvloedt. Hierbij alvast 5 tips.

  1. Indien u bepaalde onderwerpen van grootstedelijk belang wil aankaarten, dan treedt u best nu in contact met de lokale onderhandelingsteams om concrete beleidsmaatregelen te suggereren.
  2. De nationale partijsecretariaten zijn al naar gelang het geval vrij goed opgeschoten met het uitschrijven van hun verkiezingsprogramma’s voor volgend jaar. Wacht dus zeker niet langer om de studiediensten te zien met inspirerende en helder uitgelegde ideeën en voorstellen.
  3. Hierbij is het van belang om niet enkel de huidige meerderheidspartijen te beogen. Het moge duidelijk zijn dat de groene partijen bijzondere aandacht verdienen, naast in Franstalig België de PS.
  4. Identificeer per partij ook een aantal sterkhouders in het parlement. Bij een lang aanslepende regeringsvorming kunnen zij mogelijks een belangrijke rol spelen om via het parlement dossiers vorm te geven.
  5. Tot slot kan nu ook stilaan in kaart gebracht worden wie deel zou kunnen uitmaken van de onderhandelingsteams van de federale en regionale regeringsonderhandelingen van volgend jaar. Dit is meestal een mix van cabinettards, experten van de studiediensten en gespecialiseerde parlementsleden.
ByPhilip Naert

Regard sur les élections communales : Que faire maintenant ? 5 conseils pour les professionnels en affaires publiques

Cela fait déjà une semaine que les élections communales ont eu lieu mais elles sont encore dans tous les esprits. Les coalitions sont formées, sauf pour quelques grandes villes où traditionnellement elles mettent plus de temps à se mettre en place. Quoi qu’il en soit, une phase de fond s’amorce, au cours de laquelle les nouveaux conseils communaux vont rédiger leur programme pour les six prochaines années.

Aux sièges des principaux partis, tous les regards sont déjà tournés vers les élections fédérales, régionales et européennes de mai 2019. Les tendances des élections communales peuvent déjà nous apporter des enseignements sur les résultats à attendre l’année prochaine. En Flandre, on peut s’attendre à ce que les partis de droite consolident leur position. N-VA, CD&V et Open Vld se sont bien positionnés pour aborder la campagne des élections fédérales. En outre, il faut noter la percée de Groen, un facteur qu’il faudra prendre en compte à l’avenir.

A Bruxelles et en Wallonie, le paysage politique s’oriente de plus en plus vers la gauche avec des partis comme le PS, PTB et Ecolo qui prennent le pouvoir. Le MR, quant à lui, semble souffrir de sa participation au gouvernement fédéral, et les humanistes du CDH perdent également du terrain.

Si les tendances se confirment lors des élections fédérales et régionales en mai, la formation d’une coalition fédérale pourrait devenir un défi politique, vu les paysages politiques francophones et néerlandophones qui s’opposent plus que jamais.

La question est de savoir comment tout cela affecte vos activités en affaires publiques. Voici déjà 5 conseils.

  1. Si vous voulez aborder certaines questions liées aux grandes communes, il est préférable de contacter dès maintenant les équipes de négociation locales pour proposer des mesures politiques concrètes.
  2. Les secrétariats des partis ont déjà assez bien avancé, sauf exception, dans la rédaction de leurs programmes électoraux pour l’année prochaine. Ne perdez plus une seconde pour rencontrer les centres d’étude avec des propositions innovantes et clairement expliquées.
  3. Il est également important de ne pas penser qu’aux partis majoritaires. Il est clair que les partis écologistes méritent une attention particulière, en plus du PS en Belgique francophone.
  4. Identifiez par parti un certain nombre de figures au Parlement. Dans le cas d’une longue période de formation du gouvernement, ils peuvent jouer un rôle important dans l’élaboration des dossiers au Parlement.
  5. Enfin, il est peu à peu possible de déterminer qui pourrait faire partie des équipes de négociations pour la formation d’une coalition aux gouvernements fédéraux et régionaux l’année prochaine. Il s’agit généralement d’un mélange de cabinettards, d’experts des centres d’études et de parlementaires spécialisés.
ByOlivier Henry

Lobbyist: a legitimate profession!

Working for a couple of months now in a corporate affairs firm, I often find it difficult to explain what exactly this job entails without resorting to an English-language term that almost sounds like a dirty word: lobbyist. Quite honestly, the term is often associated with an obnoxious individual prepared to do anything to get what he or she wants. This, combined with my past as a federal member of parliament and my largely political social circle, means I am often seen as having switched allegiances and gone over to the dark side of the force.

But what is the reality of the situation? What exactly does a lobbyist do? Does the profession have its own specific ethics? Is lobbying a necessary evil?

Professional experience

As a result of a meeting in London and an overwhelming need for a change of scenery, I discovered the world of consulting, joining the Belgian Agency Whyte Corporate Affairs, a new environment that touches on the worlds of economics, media, institutions and politics.

However, it is difficult to explain exactly what my job involves. To keep things simple, I have gotten into the habit of telling people that I am in “communications” – so not the traditional type, but the business variety. This enables me to give a more French-language slant to the term “corporate affairs”, which remains a somewhat vague concept for any self-respecting French speaker.

However, if there is one thing that you should know about lobbyists it is that they use a particular language that is all too often anglicised. It is therefore not uncommon to hear in Flemish or French-speaking meetings sentences such as: “Following a reco for his CSR programme, we had to organise a dry run for an elevator pitch so that he could get to the point and explain the targets of the assignment to his management and determine the next steps to be put in place to achieve the turn the page required in a win-win context”. A tad confusing, isn’t it?

Beyond the idiomatic language barrier, how can the profession of consultant, generally, and that of lobbyist, in particular, be defined?

First of all, what is a consultant? It is someone who, given his or her past experience or area of activity, provides advices to his or her clients, formulates recommendations, draws up action plans, ensures they are implemented, etc.

What about a public affairs consultant, or lobbyist? Specialising in the public domain, these professionals champion the interests, and sometimes the reputation, of certain companies and organisations among political decision-makers of all stripes. It is a profession with no shortage of practitioners: a city like Brussels has between 20,000 and 30,000 lobbyists!

Whether or not they are active on the European institutions front, lobbyists are indeed tasked with championing the interests of their clients. In reality, what I do, first and foremost, is communicate, with the objective of helping my clients to clarify or provide additional perspectives to politicians and other stakeholders. A line we never cross is forcing them to compromise on their values and choices.

You need to understand the subtle difference between wanting to impose a particular point of view and enabling those you are dealing with to be properly informed so that they can, ultimately, make the best possible decision.

Perhaps because I have also been influenced by more than 10 years of experience in ministerial offices, today I regard each of my clients as a Minister for whom I am the principal private secretary, budget adviser, cabinet secretary, special advisor, etc. My role is to ensure that they have all necessary information at their disposal in order to be able to achieve their objectives and that everything runs smoothly. The work is both interesting and exciting!

A necessary “evil”?

Is it normal that companies and organisations are obliged to use intermediaries to make their voices heard? Is it necessary to cry wolf whenever lobbyists in suits and ties are spotted wandering the corridors of parliaments?

In my opinion, it is more important to ensure that our decision-makers are as best informed as possible in order to make the best decisions in the broadest possible interest. To do this, it is essential that they have heard all points of view before making their decision.

Lobbying does therefore serve a purpose and is a legitimate profession, provided that its primary objective is to genuinely enhance the knowledge of decision-makers and that it refrains from any form of undue influence. In this respect, the profession operates within a framework and has its own code of ethics. BEPACT (Belgian Public Affairs Community) has drawn up a code for its members based on the principles of transparency, integrity and respect.

Moreover, the Parliamentary Commission on Political Renewal also takes this approach. It has, in fact, provided that lobbyists who want to actively engage with members of parliament will be required to register with the Parliament and clearly state the interests that they are representing.

So, is lobbyist a dirty word? Or is it, in fact, a legitimate, fascinating profession that is crucial for communication between all stakeholders in an issue?

Olivier Henry
Senior Consultant

123