Eindelijk een debat over lobbying in België

ByJoris Bulteel

Eindelijk een debat over lobbying in België

Een lobbyregister voor grote legeraankopen?

Op 7 december vond in de Commissie Defensie een hoorzitting over lobbying plaats. Geen toeval, want in deze legislatuur wordt er beslist over enkele grote legeraankopen. In België roepen zo’n grote aankoopdossiers meteen enkele demonen uit het verleden op – denken we aan het Agustaschandaal of het obussendossier.

Precies onderwerp van de hoorzitting is een wetsvoorstel van Groen en Ecolo, dat voorziet in een transparantieregister. In dit publiek en online register zou je alle details moeten kunnen terugvinden over contacten tussen besluitvormers en lobbyisten inzake grote legeraankopen. Welke beleidsmaker heeft contact met welke lobbyisten; waar, wanneer, hoe en hoe lang communiceren ze met elkaar; wat wordt er besproken en welke documentatie wordt er uitgewisseld … Behoorlijk veel details dus.

Als lobbyist verwelkom ik dit wetgevend initiatief. Niet omdat ik het volledig eens ben met de precieze modaliteiten van het wetsvoorstel. Wel omdat het een andere, belangrijke verdienste heeft: voor het eerst lijkt er in België ruimte voor een genuanceerd debat over lobbying.

Lobbying, essentieel voor de politieke besluitvorming

De indieners van het wetsvoorstel erkennen het nut van lobbying. Ze geven aan dat het normaal is dat besluitvormers adviezen inwinnen en deskundigen raadplegen. “Hoe meer informatie wordt vergaard, hoe weloverwogener de beslissing zal zijn.” En dat is precies waar lobbying om gaat: het is een vorm van communicatie, waarbij aan beleidsmakers informatie wordt verstrekt. Niet meer, niet minder. Lobbyisten fungeren als de diplomaten van de onderneming of organisatie die ze vertegenwoordigen.

Natuurlijk is lobbywerk gericht op het verdedigen van specifieke belangen, maar voor elke lobby bestaat er wel een tegenlobby. Woord en wederwoord, het geeft beleidsmakers een volledig beeld. Lobbywerk draagt dus bij tot de besluitvorming. In tijden van alsmaar toenemende complexiteit, is deze input onontbeerlijk geworden. Lobbying doet geen afbreuk aan de onafhankelijkheid van de politicus, die op basis van alle verworven informatie de nodige inzichten verwerft, een mening vormt, ideeën aftoetst, draagvlak opbouwt en een gefundeerde beslissing kan nemen. De meeste politici zijn dan ook vragende partij voor deze input.

Richting kwaliteitsvol en deontologisch verantwoord lobbywerk

Het wetsvoorstel van Groen en Ecolo focust op een verregaande registratie. De doelstelling is nobel: maximale transparantie. Het registreren van lobbyisten, zoals het geval is op Europees niveau, kan een goede zaak zijn. Naar Nederlands voorbeeld kan de idee rond een ‘lobbyparagraaf’ in wetgeving zelfs een aanmoediging zijn voor beleidsmakers om voldoende breed en evenwichtig te consulteren. Het gedetailleerd rapporteren van de inhoud van elk gesprek of contact, roept echter vragen op. Diplomatieke contacten of politieke onderhandelingen voer je toch ook niet op de stoep? Twee risico’s dienen zich aan. Ten eerste: ondernemingen en andere organisaties kunnen op de rem gaan staan om expertise of ideeën te delen, wat nadelig is voor de kwaliteit van het beleid. Een tweede risico bestaat erin dat de communicatie tussen beleidsmakers en belanghebbenden naar een ‘underground’ circuit verdreven wordt. In beide gevallen zou het transparantieregister niet tot meer, maar tot minder transparantie leiden.

Anderzijds gaat het wetsvoorstel niet ver genoeg, omdat het niets zegt over deontologie en omdat het zich beperkt tot defensie. En dat is een debat meer dan waard. Lobbyisten én politici zijn gebaat bij kwaliteitsvol en deontologisch verantwoord lobbywerk. Lobbyisten moeten de basisregels van het vak respecteren, zoals transparant zijn over het belang dat ze vertegenwoordigen, garanderen dat ze correcte informatie verstrekken en onvoorwaardelijk blijk geven van professionalisme. Want jawel, lobbying is een vak.

Joris Bulteel
Partner

Leave a Reply